ECLI:NL:CBB:2024:883
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten COVID-19 niet evident onredelijk
De onderneming had subsidies aangevraagd voor de vaste lasten financiering COVID-19 over Q4 2020 en Q1 2021, welke door de minister werden afgewezen. De onderneming diende geen bezwaar in tegen de oorspronkelijke besluiten, maar vroeg later herziening op basis van een uitspraak van het College over onvoldoende rekening houden met startende ondernemers.
De minister wees het herzieningsverzoek af met verwijzing naar eerdere rechtens onaantastbare besluiten, omdat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren. Het College constateert dat de minister tijdens de beroepsprocedure de motivering wijzigde, wat in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro, maar oordeelt dat de onderneming hierdoor niet is benadeeld.
De onderneming stelde dat de afwijzing onredelijk was omdat zij geen bezwaar maakte op advies van medewerkers van de minister, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Het College volgt de vaste rechtspraak dat jurisprudentie geen nieuw feit is en dat het verzoek terecht is afgewezen.
Het College verklaart de beroepen ongegrond, maar kent proceskosten toe aan de onderneming wegens de gewijzigde motivering. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat herzieningsverzoeken zonder nieuwe feiten of omstandigheden kunnen worden afgewezen, tenzij de weigering evident onredelijk is, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.