ECLI:NL:CBB:2024:926
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvragen vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
De ondernemer diende subsidieaanvragen in voor de TVL over het tweede kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022, maar deze werden door de minister afgewezen omdat ze buiten de daarvoor geldende aanvraagperioden waren ingediend. De ondernemer voerde aan dat hij door persoonlijke omstandigheden en het handelen van een onbetrouwbare boekhouder niet tijdig kon aanvragen.
De aanvraagperioden liepen respectievelijk van 25 juni tot 20 augustus 2021 en van 28 februari tot 31 maart 2022. De minister handhaafde de afwijzing en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk. Het College toetste het besluit aan het evenredigheidsbeginsel en oordeelde dat het afwijzen van de aanvragen niet onredelijk was, mede omdat de ondernemer zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen.
Persoonlijke omstandigheden zoals een echtscheiding en een straatverbod werden erkend, maar niet als bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Het College concludeerde dat de minister terecht heeft gehandeld conform de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 en de wettelijke bepalingen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen wegens te late indiening worden ongegrond verklaard.