ECLI:NL:CBB:2025:111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor tweede kwartaal 2021
De ondernemer heeft de horecaonderneming van een andere B.V. overgenomen en ondergebracht in zijn eenmanszaak. Voor het tweede kwartaal van 2021 werd zijn aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) afgewezen omdat hij niet voldeed aan de omzetverlies- en vaste lastencriteria. De minister hield bij de beoordeling de omzet van de overgenomen onderneming in de referentieperiode buiten beschouwing.
In eerdere procedures over andere TVL-periodes oordeelde het College dat de ondernemer de overgenomen onderneming voortzette, waardoor hij alsnog in aanmerking kwam voor subsidie. De ondernemer verzocht daarom om herziening van het afwijzingsbesluit voor Q2 2021 op basis van deze nieuwe rechtspraak.
Het College oordeelt dat nieuwe rechtspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt, ook niet als deze voortkomt uit een beroepsprocedure over een ander kwartaal. De minister heeft het herzieningsverzoek daarom terecht afgewezen omdat het verzoek geen nieuwe feiten bevatte. De afwijzing is niet evident onredelijk, mede omdat de ondernemer de mogelijkheid had om eerder rechtsmiddelen in te zetten maar dit niet heeft gedaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek TVL Q2 2021 wordt ongegrond verklaard.