ECLI:NL:CBB:2025:71
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19 bevestigd
De ondernemer, die een eenmanszaak dreef en een café had overgenomen, had subsidie TVL aangevraagd voor de periode juni tot en met september 2020. De minister verleende aanvankelijk subsidie, maar trok deze later in omdat de omzet van de overgenomen onderneming niet werd meegenomen in de referentieperiode. Het bezwaar van de ondernemer tegen deze intrekking werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De ondernemer verzocht om herziening van het intrekkingsbesluit, waarbij hij wilde dat het café werd aangemerkt als voortgezette onderneming zodat de omzet wel werd toegerekend. De minister wees dit verzoek af, omdat een gewijzigd standpunt naar aanleiding van nieuwe rechtspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt. Het College behandelde het beroep samen met 23 andere zaken en oordeelde dat het herzieningsverzoek terecht was afgewezen.
Het College benadrukte dat de herzieningsprocedure niet bedoeld is als verkapte bezwaarprocedure en dat ondernemers de mogelijkheid hadden om tijdig bezwaar en beroep in te stellen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet omdat geen bijzondere omstandigheden waren die de afwijzing evident onredelijk maakten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.