ECLI:NL:CBB:2025:138
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op grond van onjuiste SBI-code
De onderneming heeft verzocht om herziening van het vaststellingsbesluit voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het vierde kwartaal 2020, omdat zij meent dat de minister ten onrechte uitging van SBI-code 62.01 in plaats van 59.11.1. De minister wees het herzieningsverzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening konden rechtvaardigen.
De onderneming had in eerdere bezwaarprocedures over de kwartalen van 2021 wel succesvol betoogd dat de SBI-code onjuist was en daardoor recht had op een hogere subsidie. Zij stelde dat dit ook voor Q4 2020 moest gelden. Het College oordeelt echter dat een gewijzigd standpunt in een ander kwartaal geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt en dat het eerdere besluit in rechte onaantastbaar is, tenzij het evident onredelijk is.
De onderneming voerde aan dat het besluit evident onredelijk is vanwege haar penibele financiële situatie en de onjuistheid van de SBI-code. Het College oordeelt dat deze omstandigheden geen bijzondere feiten zijn die het besluit evident onredelijk maken, mede omdat de onderneming de mogelijkheid had om rechtsmiddelen tegen het oorspronkelijke vaststellingsbesluit aan te wenden maar dit niet heeft gedaan.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek subsidie TVL is ongegrond verklaard.