ECLI:NL:CBB:2025:341
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschriften TVL-subsidie, beroepen ongegrond verklaard
De onderneming stelde beroep in tegen besluiten van de minister van Economische Zaken over de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). Het College had eerder de beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarschriften te laat waren ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De onderneming maakte verzet tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting bleek dat de onderneming tijdig bezwaar had ingediend, maar de minister had nagelaten dit bezwaarschrift als beroepschrift door te zenden aan het College. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en het onderzoek hervat.
Het College oordeelde vervolgens dat de bezwaarschriften tegen twee besluiten van 8 oktober 2021 en 4 oktober 2022 te laat waren ingediend. De ondernemer had bewust geen bezwaar gemaakt omdat hij verwachtte dat een eerdere gunstige beslissing ook de andere kwartalen zou beïnvloeden. Dit was onjuist, aangezien voor elk kwartaal afzonderlijk bezwaar mogelijk was en de termijnoverschrijding aan de onderneming kan worden toegerekend.
De verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding werd verworpen, mede vanwege de dwingende wetsbepaling in artikel 6:11 Awb Pro. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren bleef in stand. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, maar de beroepen worden ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.