ECLI:NL:CBB:2025:598
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen klacht over misleiding in accountantstuchtprocedure
Klager heeft een tweede tuchtklacht ingediend tegen een accountant, waarin wordt gesteld dat de accountant de accountantskamer en het College in een eerdere tuchtklachtprocedure bewust zou hebben misleid. Het College overweegt dat gedragingen die reeds in de eerste tuchtklachtprocedure zijn beoordeeld, niet opnieuw kunnen worden aangeklaagd vanwege het ne bis in idem-beginsel.
De klacht richt zich op de procesopstelling van de accountant in de eerste procedure, waarbij klager beweert dat belangrijke feiten en stukken zijn achtergehouden. Het College stelt vast dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant bewust stukken heeft achtergehouden of misleidend heeft gehandeld. De vrijheid van de accountant in het voeren van verweer wordt erkend, mits binnen de fundamentele beginselen.
Daarnaast oordeelt het College dat een nieuwe klacht in hoger beroep niet kan worden behandeld omdat deze niet in het oorspronkelijke klaagschrift is opgenomen. Het College bevestigt het oordeel van de accountantskamer dat de klacht ongegrond is en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het College verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de klacht over misleiding door de accountant ongegrond is.