ECLI:NL:CBB:2025:600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- T. Pavićević
- C.T. Aalbers
- M.L. Noort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebesluit minister inzake overschrijding meststoffenregelgeving
In deze zaak heeft een ondernemer hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, dat betrekking heeft op de overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen. De ondernemer, die vleesvarkens houdt en fokt, werd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gecontroleerd op de naleving van de meststoffenregelgeving in 2018. De controle wees uit dat de ondernemer de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm had overschreden. De minister legde een boete op van € 29.230,-, die later werd gematigd tot € 24.583,15 na een bezwaar van de ondernemer. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van de ondernemer gegrond en verlaagde de boete verder tot € 17.802,45, omdat de minister ten onrechte was uitgegaan van vervangende waarden in plaats van de analyseresultaten van de afgevoerde mest.
In hoger beroep heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven de vraag beoordeeld of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister de aangroei van de bezinklaag in 2018 correct heeft berekend. De ondernemer betoogde dat de minister een onjuist soortelijk gewicht had toegepast bij de berekening van de aangroei van de bezinklaag. Het College oordeelde dat de minister bij zijn berekeningen een ruime marge had toegepast en dat de ondernemer niet met objectieve bewijsstukken had aangetoond dat de bezinklaag een hoger soortelijk gewicht had dan door de minister was aangenomen. Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het hoger beroep niet slaagde. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.