ECLI:NL:CBB:2025:603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes onder Meststoffenwet voor onrechtmatig vervoer dierlijke meststoffen
De onderneming stelde hoger beroep in tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw wegens overtreding van de Meststoffenwet, waarbij zij was aangemerkt als vervoerder van een vracht dierlijke meststoffen op 1 april 2021. De rechtbank had de boetes gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar de boete opgelegd aan de onderneming bevestigd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de onderneming terecht als vervoerder was aangemerkt, waarbij verschillende documenten en verklaringen van de chauffeur en de directeur van de onderneming werden betrokken. De onderneming voerde aan dat een andere partij de vervoerder was en dat zij slechts een bemiddelende rol had, maar kon dit niet met stukken onderbouwen.
Daarnaast werd betwist of de toezichthouder van de NVWA zijn bevoegdheden had overschreden bij de controle en het vragen naar transportdocumenten, maar het College onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de controle rechtmatig was uitgevoerd en het zorgvuldigheidsbeginsel niet was geschonden.
Het College bevestigde ook dat de overtredingen verschillende handelingen betroffen die afzonderlijk konden worden beboet, en dat de redelijke termijn was overschreden, waarvoor een matiging was toegepast. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College bevestigt dat de onderneming terecht als vervoerder is aangemerkt en de boetes onder de Meststoffenwet terecht zijn opgelegd.