De onderneming, actief in biologische productie en handel, is door Skal ingedeeld in het toezichtarrangement normaal voor 2022 en hoog voor 2024. Skal constateerde ernstige en kritieke afwijkingen vanwege voortijdig afgebroken controles en het niet verlenen van volledige toegang tijdens inspecties. De onderneming voerde aan dat zij vrijgesteld zou zijn van certificatieplicht op grond van Verordening 2018/848, maar het College oordeelde dat deze vrijstelling niet van toepassing is omdat de onderneming levert aan een andere vennootschap en niet rechtstreeks aan de eindgebruiker.
Skal heeft de onderneming terecht ingedeeld in het hogere toezichtarrangement vanwege het risicoprofiel, gebaseerd op een risicomodel met variabelen zoals aantal non-conformiteiten en aard van de bedrijfsactiviteiten. De onderneming betwistte de puntentelling, maar het College volgde Skal hierin. De niet-naleving van de controleverplichtingen kwalificeert als ernstige en kritieke afwijkingen, wat rechtvaardigt dat Skal de onderneming onder intensiever toezicht plaatst.
Daarnaast stelde de onderneming een overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar- en beroepsprocedure vast. Het College erkende deze overschrijding van bijna 20 maanden en kende een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- toe. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard, waarmee de besluiten van Skal werden bekrachtigd.