De onderneming, een koffie- en theewinkel die biologische producten verkocht zonder certificering bij Skal Biocontrole, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van de biologische etiketteringsregels. Na het niet voldoen aan een waarschuwing legde de minister een last op om binnen twee weken te stoppen met het in de handel brengen van producten met de aanduiding "biologisch" of zich te certificeren.
De onderneming voldeed binnen de gestelde termijn aan de last, waardoor geen dwangsommen zijn verbeurd. Desondanks stelde zij beroep in tegen het bestreden dwangsombesluit. Het College beoordeelde ambtshalve of er procesbelang bestond en oordeelde dat dit ontbrak, aangezien de last was opgevolgd en het dwangsombesluit was uitgewerkt. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelde het College dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep was overschreden met bijna twaalf maanden, waarvoor de Staat werd veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- aan de onderneming. De overschrijding was volledig aan het College toe te rekenen.