De vennootschap, een landbouwbedrijf met graasdieren, kreeg een boete opgelegd wegens overschrijding van mestgebruiknormen gebaseerd op de BEX-berekening en gegevens van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde de minister in proceskosten.
In hoger beroep betwist de vennootschap de stikstofcorrectie en de berekening van begin- en eindvoorraden mest, en verzoekt matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het College oordeelt dat de stikstofcorrectie conform de Meststoffenwet en het Boetebeleid juist is toegepast, en dat de voorraadbepaling op jaarbasis met de best beschikbare gegevens is verricht.
De overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend en leidt tot een matiging van de boete met 15%, waardoor het boetebedrag wordt verlaagd tot € 22.072,77. Het College vernietigt het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat in proceskosten en griffierecht.