ECLI:NL:CBB:2026:12
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen mestboete wegens niet opgegeven bezinklaag in mestopslag
De zaak betreft een hoger beroep van een biologische varkenshouderij tegen boetes opgelegd door de minister van Landbouw wegens overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm en het niet naar waarheid verstrekken van gegevens in 2019.
De rechtbank had de boetes gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar oordeelde dat de minister de overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm correct had vastgesteld. Het geschil in hoger beroep richt zich op de vraag of de minister bij de berekening van de mestvoorraad rekening had moeten houden met een bezinklaag die niet was opgegeven.
Het College stelt vast dat de bezinklaag niet is opgegeven en dat dit niet gebruikelijk was in 2019. De minister mocht daarom uitgaan van de door de houder verstrekte gegevens zonder bezinklaag. De stelling dat de minister de bezinklaag had moeten meenemen, wordt verworpen. Verder is de matiging van de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank voldoende, zodat geen verdere matiging plaatsvindt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de boetes worden bevestigd zonder verdere matiging.