Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen
de Bijenstichting, te Vorden
het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)
Procesverloop
Overwegingen
parallel trade guidance(SANCO/10524/2012 14-7-2015 VERS. 5.2) duidelijk blijkt dat het nagaan of een vergelijkbaar productieproces wordt gevolgd, gedaan dient te worden door het controleren van de
common origin.Volgens het Ctgb is het productieproces gelijk als de producent gelijk is. Als de samenstelling van het in te voeren middel en het referentiemiddel gelijk is zullen de middelen dezelfde eigenschappen hebben, ongeacht hoe de formulering tot stand is gekomen.
.Dat de omstandigheden in Roemenië anders zijn dan in Nederland en dat het gebruiksvoorschrift van Mospilan anders is dan het gebruiksvoorschrift van Gazelle, is niet relevant voor de vergunning parallelhandel voor Amiprid, omdat Amiprid het gebruiksvoorschrift krijgt van Gazelle, en Amiprid, net als Gazelle, in Nederland op de markt wordt gebracht. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de beslissing op bezwaar van 6 juli 2023 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen vergunning II en de nadere besluiten gegrond;
- vernietigt vergunning II;
Bijlage
2. Na ontvangst van een volledige aanvraag wordt binnen 45 werkdagen via een vereenvoudigde procedure een vergunning voor parallelhandel verleend indien het in te voeren gewasbeschermingsmiddel identiek is in de zin van lid 3. De lidstaten verstrekken elkaar op verzoek binnen 10 werkdagen na ontvangst van het verzoek de informatie die nodig is om het identieke karakter te beoordelen. De procedure voor verlening van een vergunning voor parallelhandel wordt onderbroken vanaf de dag waarop het verzoek om informatie naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong wordt gezonden, totdat alle gevraagde informatie aan de bevoegde autoriteit van de invoerende lidstaat is verstrekt.
3. Gewasbeschermingsmiddelen worden als identiek aan het referentiemiddel beschouwd indien:
a) zij volgens hetzelfde productieproces vervaardigd zijn door dezelfde onderneming, een verbonden onderneming of een onderneming die onder licentie werkt;
b) de specificatie en de inhoud van de werkzame stoffen, beschermstoffen en synergisten, alsook het soort formulering identiek zijn; en
c) de aanwezige formuleringshulpstoffen en de grootte, het materiaal of de vorm van de verpakking wat betreft de mogelijke negatieve gevolgen voor de veiligheid van het middel ten aanzien van de gezondheid van mens of dier, of van het milieu, dezelfde of gelijkwaardig zijn.
4. De aanvraag voor een vergunning voor parallelhandel omvat de volgende gegevens:
a) naam en registratienummer van het gewasbeschermingsmiddel in de lidstaat van oorsprong;
b) de lidstaat van oorsprong;
c) naam en adres van de houder van de toelating in de lidstaat van oorsprong;
d) oorspronkelijk etiket en oorspronkelijke gebruiksaanwijzing die het te introduceren gewasbeschermingsmiddel vergezellen bij de distributie in de lidstaat van oorsprong, indien zulks noodzakelijk wordt geacht voor het onderzoek door de bevoegde autoriteit. Deze bevoegde autoriteit kan een vertaling van de relevante delen van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing verlangen;
e) naam en adres van de aanvrager;
f) naam die zal worden gegeven aan het in de invoerende lidstaat te distribueren gewasbeschermingsmiddel;
g) een ontwerpetiket voor het op de markt te brengen middel;
h) een monster van het middel dat zal worden geïntroduceerd, indien de bevoegde autoriteit van de invoerende lidstaat dat nodig acht;
i) naam en registratienummer van het referentiemiddel.
De informatievereisten kunnen worden gewijzigd of aangevuld en nadere gegevens en specifieke vereisten dienen te worden vastgesteld in de gevallen waarin een aanvraag wordt gedaan voor een gewasbeschermingsmiddel waarvoor reeds een vergunning voor parallelhandel is verleend en waarin een aanvraag wordt gedaan voor een gewasbeschermingsmiddel voor persoonlijk gebruik overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing bedoeld in artikel 79, lid 4.
5. Een gewasbeschermingsmiddel waarvoor een vergunning voor parallelhandel is verleend, wordt alleen op de markt gebracht en gebruikt overeenkomstig de bepalingen van de toelating voor het referentiemiddel. Teneinde het toezicht en de controles te vergemakkelijken dient de Commissie voor het te introduceren product specifieke controle-eisen vast te stellen in een verordening als bedoeld in artikel 68.
6. De geldigheidsduur van de vergunning voor parallelhandel verstrijkt wanneer die van de toelating voor het referentiemiddel verstrijkt. Indien de houder van de toelating voor het referentiemiddel een verzoek indient tot intrekking van de toelating overeenkomstig artikel 45, lid 1, maar nog steeds wordt voldaan aan de eisen van artikel 29, verstrijkt de geldigheid van de vergunning voor parallelhandel op de datum waarop de toelating voor het referentiemiddel normaal zou zijn verstreken.
7. Onverminderd specifieke bepalingen in dit artikel, zijn de artikelen 44, 45, 46 en 55 en artikel 56, lid 4, en de hoofdstukken VI tot en met X van overeenkomstige toepassing op gewasbeschermingsmiddelen die parallel verhandeld worden.
8. Onverminderd artikel 44 kan Pro een vergunning voor parallelhandel worden ingetrokken indien de toelating voor het geïntroduceerde gewasbeschermingsmiddel in de lidstaat van oorsprong om redenen van veiligheid of werkzaamheid wordt ingetrokken.
9. Indien het product niet identiek is aan het referentiemiddel in de zin van lid 3, kan de lidstaat van invoering de toelating voor het op de markt brengen en het gebruik alleen verlenen overeenkomstig artikel 29.
10. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen die overeenkomstig artikel 53 of Pro 54 in de lidstaat van oorsprong zijn toegelaten.
11. Onverminderd artikel 63 stellen Pro de autoriteiten van de lidstaten informatie over vergunningen voor parallelhandel publiekelijk beschikbaar.