ECLI:NL:CBB:2026:224
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie betreffende centrale gangen
De vennootschap exploiteerde een vleesvarkenshouderij en vroeg op 18 augustus 2023 subsidie aan voor de onomkeerbare sluiting van haar veehouderijlocatie op grond van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (Lbv). De minister kende een lagere subsidie toe dan aangevraagd, omdat de oppervlakte van de centrale gangen niet werd meegerekend. De vennootschap stelde dat deze gangen onderdeel zijn van het dierenverblijf en dat het besluit in strijd is met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
De minister verdedigde het besluit door te stellen dat de centrale gangen bouwkundig als aanbouwen tussen zelfstandige gebouwen moeten worden gezien en daarom niet meetellen voor de oppervlakte van het dierenverblijf. De minister verwees naar bouwtekeningen waaruit blijkt dat de gangen niet binnen de buitenmuren van de stallen liggen en dat de regeling geen ruimte biedt voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel binnen het Europese staatssteunkader.
Het College oordeelde dat de minister de gangen terecht niet heeft meegenomen bij de subsidieberekening, omdat deze niet binnen de buitenmuren van de stallen liggen en als aanbouwen fungeren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen vanwege het staatssteunkader. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap tegen het besluit van de minister is ongegrond verklaard en de centrale gangen zijn terecht niet meegenomen in de subsidieberekening.