“Op donderdag 1 december omstreeks 10.15 uur bevonden wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door collega [naam 5] , ons aan de [adres] […] te [woonplaats] . Hier ontmoette wij de twee wijkagenten van die regio. De bij ons in onze functie bekende heer [appellant] was niet aanwezig. Voor de loods zagen wij een grote kar staan van geschat 800x300 centimeter (LxB). In deze kar zaten aan één kant 2 Stokstaartjes en aan de andere kant 3 Corsacvossen.
Geschat was ongeveer 60% van deze oppervlakte voor de Corsacvossen. De helft van deze oppervlakte bestond uit een buitenverblijf en de andere helft een binnenverblijf. Het binnenverblijf had slechts een klein raampje en was daardoor erg donker. Het was niet goed mogelijk om naar binnen te kijken. Het is onduidelijk hoe de inrichting hier was en wat de temperatuur daar was. De
buitentemperatuur was op dat moment circa 6 graden Celsius.
[…]
Aan de andere kant zaten de stokstaartjes. Dit verblijf was geschat 300x300 centimeter (LxB).
[…]
Nu de verhuurder de elektra had uitgeschakeld en het verblijf van de stokstaartjes slechts een paar kleine ramen bevatte, zaten ze in een te donkere ruimte en konden ze niet zonnebaden. Het was ook onduidelijk te zien hoe de inrichting in dit verblijf was en ook kunnen we niet aangeven wat de temperatuur was binnen in dit verblijf.
[…]
Omstreeks 12.00 uur bevonden wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door collega van [naam 5] , de wijkagenten en de heer [appellant], ons op het adres […] te [woonplaats] . De heer [appellant] gaf aan eerst naar binnen te gaan om de hond op te sluiten en zijn moeder te waarschuwen voor het bezoek. Tijdens het wachten buiten zagen wij de Fenneks door het zolderraam naar buiten kijken. Enkele minuten later konden ook wij naar binnen komen.
Toen wij achter de heer [appellant] aan door de tuin liepen zagen wij daar twee hokken staan. In het eerste hok zaten 4 konijnen. In het tweede hok, welke een totale afmeting had van geschat 200 x 80 x 100 centimeter (LxBxH), zaten twee stinkdieren.
[…]
In de woonkamer zagen wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , een bakje met kakkerlakken en er stond een bak met daarin de rattenslang. De bak was geschat 200 x 50 x 40 centimeter (LxBxH). Er stond een waterbak in en een substraat van zand.
Er was geen warmtelamp en/of UV-lamp aanwezig. UV-licht is nodig voor de aanmaak van vitamine D. De rode rattenslang is verder gek op klimmen. Er waren echter geen klimmogelijkheden aanwezig. Onbekend is of er een warmtemat aanwezig was en of de slang dus de mogelijkheid had tot thermoregulatie.
[…]
Vervolgens zijn wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , de trap opgegaan naar de eerste verdieping. In de eerste kamer troffen we enkele vogels en de Agoeti aan. De Lori van de Blauwe bergen zat alleen in een kooi van geschat 40x30x40 centimeter (LxBxH). Hierin zat 1 zitstok en onderin een substraat van krantenpapier. De lori had de beschikking over voer en water. Verder was er geen
verrijkingsmateriaal aanwezig.
[…]
Verder zagen wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , één
Amazona oratrix, deze zat in een kleine bench van geschatte afmeting 100x50x50 centimeter (LxBxH) met 2 zitstokken. Er waren bakjes op de bodem aanwezig met voer en water. Verder was er geen verrijkingsmateriaal aanwezig.
[…]
Verder zagen wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , een koppel Edelpapegaaien. Deze zaten samen in een kooi van geschat 40x40x60 centimeter (LxBxH). In deze kooi zat 1 zitstok.
[…]
Verder zagen wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , in een klein plastic bakje van geschat 25x15x30 centimeter (LxBxH) een
Pyrrhurazitten. Er lag wat hooi en voer op de bodem en er stond een bakje water.
[…]
Als laatste zagen we, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , in deze kamer in een transportbench voor katten van geschat 100x50x50 centimeter (LxBxH), een agoeti zitten. Er stond verder een bakje met water in de bench en er lagen wat voerresten op de grond.
[…]
Vervolgens zijn wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , naar de badkamer gegaan. Hier troffen wij in de douche een plastic bak aan met daarin drie Brilkaaimannen in een laagje water van circa 10 cm. In de bak, met geschatte afmeting 150x80x80 centimeter (LxBxH), pasten de drie brilkaaimannen net naast elkaar. Bovenop de bak lag een rekje en daarboven hing een warmtelamp. De bekken van
de kaaimannen waren dichtgebonden. Er was geen bewegingsruimte voor de Brilkaaimannen. Ze konden weinig anders dan op of naast elkaar liggen.
[…]
Hierop heb ik, inspecteur [naam 3] , gevraagd of het mogelijk was voor de heer [appellant] om de dieren op een andere wijze en/of elders te huisvesten. De heer [appellant] gaf aan dat hij hier niet direct aan kon voldoen. Hierop heb ik, inspecteur [naam 3] , telefonisch contact opgenomen met Team Bestuurlijke Maatregelen (verder te noemen TBM1) en is er in overleg besloten om mondelinge spoedbestuursdwang toe te passen. Hierop heeft TBM1 contact opgenomen met team In Beslaggenomen Goederen van Rijksdienst van Ondernemend Nederland om opdracht te geven om de drie Brilkaaimannen op te komen halen.
Wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , hebben vervolgens eerst onze controle verder afgerond. We zijn verder gegaan naar de tweede verdieping.
Op de overloop stond een kattenbench van geschat 100x80x80 centimeter (LxBxH). In deze bench zat een serval. Op het moment dat wij de trap opliepen probeerde de serval al naar ons uit te halen en begon het dier te blazen.
Wij gaven aan dat de serval zo niet kon blijven zitten en vroegen of hij dit direct kon oplossen. De heer [appellant] gaf aan dat hij de serval mee kon nemen naar het huis van zijn vriendin en dat hij daar een slaapkamer tot zijn beschikking zou krijgen en dat als ze er niet waren, dan mocht de serval door het hele huis. Ik, inspecteur [naam 3] , heb hierop gevraagd of hij zeker wist dat dit een mogelijkheid was en of dat zijn vriendin het hier ook mee eens zou zijn. Hierop antwoordde de
heer [appellant] bevestigend. We hebben daarop afgesproken dat de serval diezelfde dag nog naar zijn vriendin zou gaan.
[…]
Op de tweede verdieping was ook nog een kamer aanwezig. Na het openen van deze deur zagen wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , de twee fenneks. Ze hadden de beschikking over de gehele zolderkamer. Geschatte ruimte 400x400 centimeter (LxB). In deze ruimte stond een hondenbench van circa 150x50x70 centimeter met daarin een kussen om op te liggen en een kattenbak waarvan ze ook al gebruik hadden gemaakt. Er lag tapijt op de grond in de kamer, wat niet gemakkelijk schoon te maken is en er was geen mogelijkheid tot graven.
[…]
Na de inspectie zijn wij allen vertrokken in afwachting van de opslaghouder. We, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] hadden met de heer [appellant] afgesproken dat we terug zouden komen later die dag met de opslaghouder om de Brilkaaimannen op te halen.
Omstreeks 14.15 uur bevonden wij, inspecteurs [naam 3] en [naam 4] , ons wederom op het adres […] te [woonplaats] vergezeld door de opslaghouder met code 312. Hierop heeft de opslaghouder de drie Brilkaaimannen meegenomen en heb ik, inspecteur [naam 3] , op een later moment het PVMO uitgereikt aan de heer [appellant].”