Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2026:258

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/2, 25/3, 25/4, 25/ 9, 25/10, 25/17, 25/18, 25/21, 25/23, 25/41, 25/42, 25/43, 25/44, 25/45, 25/46, 25/47, 25/48 en 25/49
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 WmgArt. 7:11 AwbArt. 8:72 AwbArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onrechtmatige passage in herziene tariefbeschikkingen ggz en forensische zorg

De zaak betreft beroepen van zorgaanbieders tegen passages in de herziene tariefbeschikkingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg (fz) over 2022, 2023 en 2024. Deze passages stelden dat de tariefbeschikkingen geen rechtsgevolgen hebben voor declaraties die vóór de inwerkingtreding reeds zijn betaald of op overeenkomsten gesloten. De zorgaanbieders betoogden dat deze passages de terugwerkende kracht van de nieuwe tarieven ondermijnen en onrechtmatig zijn.

Het College oordeelt dat de passage een besluitonderdeel is dat gericht is op rechtsgevolg en als zodanig een voorschrift of beperking in de zin van artikel 50 Wmg Pro vormt. Het College stelt vast dat deze passage in strijd is met artikel 7:11, tweede lid, en artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de herziene tariefbeschikkingen juist met terugwerkende kracht gelden en de passage deze werking doorkruist.

Daarom verklaart het College de beroepen gegrond en vernietigt het de passage in de tariefbeschikkingen 2022, 2023 en 2024. De overige onderdelen van de tariefbeschikkingen blijven in stand. Het College wijst ook proceskosten toe aan de zorgaanbieders. Over de schadevergoedingsverzoeken zal in een andere procedure worden beslist.

Uitkomst: De passage die terugwerkende kracht op declaraties en overeenkomsten uitsluit in de herziene tariefbeschikkingen 2022-2024 wordt vernietigd wegens strijd met de Awb.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 25/2, 25/3, 25/4, 25/ 9, 25/10, 25/17, 25/18, 25/21, 25/23, 25/41, 25/42, 25/43, 25/44, 25/45, 25/46, 25/47, 25/48 en 25/49

uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaken tussen

1. de Nederlandse GGZte Amersfoort, en
MEER GGZ, te Giessenburg (de Verenigingen)
(gemachtigden: mr. J.J. Rijken en mr. T.J.S. Schwartzenberg)
2. Stichting Trajectumte Zwolle (Trajectum),
Stichting Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel, te Nijmegen (De Rooyse Wissel) en
Stichting De Forensische Zorgspecialisten, te Utrecht (DFZS)
(gezamenlijk: DFZS e.a.)
(gemachtigden: mr. D.W.L.A. Schrijvershof en mr. K.M. Mulder)
3. Stichting SolutionS-Center, te Voorthuizen,
Stichting Care to Change, te Hilversum, en
Metabletica B.V., te Valkenswaard (gezamenlijk: SolutionS e.a.)
(gemachtigden: mr. K. Mous en mr. R.E. Tak)
De Verenigingen, DFZS e.a. en SolutionS e.a. gezamenlijk worden hierna ook aangeduid als: de zorgaanbieders.
en

de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

(gemachtigden: mr. F.J.H. van Tienen, mr. B.R. Boerboom en mr. M. Morren)
met als derde partijen:
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. e.a.(zie bijlage 1 bij deze uitspraak), te Amsterdam (de zorgverzekeraars)
(gemachtigden: mr. D. Hooft Graafland en mr. S.V.C. de Kroon).

Procesverloop

Tariefbeschikkingen 2022 en 2023
De Verenigingen (zaaknummers 25/2 en 25/3) hebben beroep ingesteld tegen een tweetal besluiten van 21 november 2024. Met die besluiten heeft de NZa opnieuw beslist op de bezwaren tegen tarieven voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de forensische zorg (fz) voor de jaren 2022 en 2023 en nieuwe tarieven voor 2022 en 2023 vastgesteld (herziene tariefbeschikkingen 2022 en 2023).
DFZS (zaaknummer 25/21) heeft ook beroep ingesteld tegen de nieuwe beslissing op bezwaar met de herziene tariefbeschikking 2023.
Trajectum (zaaknummer 25/9), De Rooyse Wissel (zaaknummer 25/18) en SolutionS e.a. (zaaknummers 25/41, 25/42, 25/44, 25/45, 25/47 en 25/48) hebben beroep ingesteld tegen de herziene tariefbeschikkingen 2022 en 2023.
Tariefbeschikking 2024
De Verenigingen (zaaknummer 25/4) en DFZS e.a. (zaaknummers 25/10, 25/17 en 25/23) hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op hun bezwaren tegen de tarieven voor de ggz en fz voor 2024, waarbij de NZa nieuwe tarieven voor 2024 heeft vastgesteld (herziene tariefbeschikking 2024).
SolutionS e.a. (zaaknummers 25/43, 25/46 en 25/49) hebben ook beroep ingesteld tegen de herziene tariefbeschikking 2024.
Tariefbeschikkingen 2022, 2023 en 2024
De NZa heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen met uitzondering van mr. Mous. Verder heeft ook [naam] namens de NZa op de zitting het woord gevoerd.

Overwegingen

Waar gaan de zaken over?
1.1
De zaken gaan over de gevolgen van de herziene tariefbeschikkingen voor de ggz en de fz over 2022, 2023 en 2024. Zij zijn een vervolg op de uitspraak van het College van 22 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:570, hierna: de uitspaak van 22 augustus 2024). In die uitspraak, die ging over de tarieven voor 2022 en 2023, heeft het College de NZa de opdracht gegeven om nieuwe besluiten op de bezwaren tegen de tarieven 2022 en 2023 te nemen en nieuwe tarieven voor 2022 en 2023 vast te stellen, met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak. Op grond van de uitspraak moesten de tarieven worden herijkt, waarbij de indirecte tijd, op basis van de meest actuele gegevens, in de tarieven moest worden verdisconteerd. De NZa heeft nieuwe beslissingen op bezwaar voor 2022 en 2023 genomen, waarbij zij de tariefbeschikkingen 2022 en 2023 heeft herroepen en voor die jaren de herziene tariefbeschikkingen heeft vastgesteld. Zij heeft ook de tariefbeschikking over 2024, waartegen bezwaar was gemaakt, herzien naar aanleiding van de uitspraak door bij de beslissing op bezwaar de eerdere versie van de tariefbeschikking over 2024 te herroepen en een herziene tariefbeschikking vast te stellen.
1.2
In alle herziene tariefbeschikkingen is een passage opgenomen. Daarin staat dat die tariefbeschikking geen rechtsgevolgen heeft voor declaraties die voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking reeds zijn betaald en/of op overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders die geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg leveren (hierna: ‘de passage’). Volgens de zorgaanbieders staat deze passage in de weg aan het verkrijgen van (na)betalingen volgens nieuwe tarieven en had de NZa deze niet mogen opnemen in de tariefbeschikkingen.
1.3
Het College is van oordeel dat de passage een aan de tariefbeschikkingen verbonden voorschrift of beperking is, in de zin van artikel 50 van Pro de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Het College is verder van oordeel dat deze beperking onrechtmatig is en schrapt deze uit de tariefbeschikkingen. Hierna legt het College uit waarom.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in bijlage 2 bij deze uitspraak.
De herziene tariefbeschikkingen
3.1
De NZa heeft in de nieuw genomen beslissingen op bezwaar uiteengezet hoe zij tot de nieuwe tarieven is gekomen en welke effectueringsmethoden zij in ogenschouw heeft genomen: i) herziene tarieven, die al dan niet met terugwerkende kracht gelden, en ii) hersteltarieven voor 2022, 2023 en 2024 in de tariefbeschikking voor 2025. De NZa voorzag bij terugwerkende kracht van herziene tarieven grote administratieve lasten. Volgens de NZa zou dat ertoe leiden dat alle zorgprestaties zouden moeten worden gecrediteerd en vervolgens opnieuw gedeclareerd, afgezien van het geval dat de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar een overeenkomst hebben gesloten met vaste tarieven. In de nieuwe beslissing op bezwaar voor 2022 staat hierover het volgende (citaat zonder voetnoten) onder nummer 70 (in de beslissingen op bezwaar voor 2023 en 2024 staat een nagenoeg gelijkluidende tekst):
“De NZa deelt het standpunt van de Verenigingen en DJI dat het herroepen van de
Tariefbeschikking waarvoor vervolgens in de plaats een herziene tariefbeschikking 2022 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2022 wordt vastgesteld, voldoet aan de uitspraak van het CBb. Aangezien ongeveer 900.000 mensen in 2022 zorg hebben ontvangen in de ggz en fz, is een correctie met terugwerkende kracht gelet op de reactie van OIZ naar verwachting administratief zeer belastend voor zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars. De NZa ziet hierdoor de noodzaak om aan een herziene tariefbeschikking 2022, die terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2022 heeft, de volgende bepaling toe te voegen:
“Deze tariefbeschikking heeft geen rechtsgevolgen voor declaraties die voor de
datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking reeds zijn betaald en/of op
overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze
tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders die geestelijke
gezondheidszorg en forensische zorg leveren als bedoeld in artikel 1.3 Reikwijdte van
de Beleidsregel Prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische
zorg - BR/REG-22137b.”
3.2
Deze cursieve passage is als volgt in de herziene tariefbeschikking 2022 opgenomen:

“Aanvullende voorwaarden, voorschriften en beperkingen

De prestaties en bijbehorende tarieven als omschreven in deze beschikking worden in rekening gebracht met inachtneming van de onderstaande voorschriften en beperkingen.
a. Deze tariefbeschikking heeft geen rechtsgevolgen voor declaraties die voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking reeds zijn betaald en/of op overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders die geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg leveren als bedoeld in artikel 1.3 Reikwijdte van de Beleidsregel Prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg - BR/REG-221 37b.”
In de herziene tariefbeschikkingen 2023 en 2024 zijn gelijkluidende passages opgenomen.
3.3
De herziene tariefbeschikkingen zijn in werking getreden met ingang van
5 december 2024. In de herziene tariefbeschikkingen staat verder dat deze geldend zijn vanaf respectievelijk 1 januari 2022, 1 januari 2023 en 1 januari 2024.
Standpunten van partijen
4 De zorgaanbieders hebben de herziene tarieven niet bestreden, maar voeren aan dat deze terugwerkende kracht moeten hebben. Door opname van de passage in de herziene tariefbeschikkingen ontneemt de NZa terugwerkende kracht aan de nieuwe tarieven of wordt dit in ieder geval door de zorgverzekeraars zo opgevat. Zorgverzekeraars weigeren namelijk de verleende zorg voor de voorbije jaren alsnog te vergoeden tegen de herziene tarieven, dus na te betalen, en beroepen zich daarbij op de passage. De NZa had niet tot de conclusie mogen komen dat correctie met terugwerkende kracht niet mogelijk was vanwege de administratieve lasten waarmee dat gepaard zou gaan en zij maakt met de opname van de passage inbreuk op civielrechtelijke verhoudingen. Als de passage gezien moet worden als een beperking of voorschrift bij de tarieven, geldt dat artikel 50, derde lid, van de Wmg (oud) daarvoor geen grondslag biedt. De zorgaanbieders willen met hun beroep bereiken dat de passage in de tariefbeschikkingen wordt vernietigd. De Verenigingen hebben daarbij een alternatieve tekst voorgesteld en verzoeken het College om zelf in de zaken te voorzien door een voorschrift aan de tariefbeschikkingen te verbinden dat bevordert dat zorgaanbieders van zorgverzekeraars alsnog een vergoeding ontvangen die gebaseerd is op de herziene tarieven. DFSZ e.a. verzoeken het College te bepalen dat in plaats van de passage wordt opgenomen dat de NZa binnen vier maanden na de uitspraak een regeling zal treffen om de door de zorgaanbieders geleden schade te compenseren.
5.1
De NZa stelt zich op het standpunt dat de passage alleen is opgenomen als mededeling van informatieve aard, om duidelijk te maken wat de gevolgen van de herziene tariefbeschikkingen zijn voor de verhouding tussen de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars. De passage is volgens de NZa niet gericht op rechtsgevolg en het is ook geen voorschrift of beperking in de zin van artikel 50 van Pro de Wmg. De herziene tariefbeschikkingen zijn met terugwerkende kracht vastgesteld. Het was nodig om de passage op te nemen in de tariefbeschikkingen om te voorkomen dat de nieuwe tarieven ook automatisch – via
IT-systemen van zorgaanbieders en zorgverzekeraars – met terugwerkende kracht zouden worden toegepast. Dit zou hebben kunnen leiden tot administratieve chaos.Het staat zorgaanbieders en zorgverzekeraars vrij om naar aanleiding van de herziene tariefbeschikkingen nieuwe afspraken te maken binnen de tariefruimte die deze beschikkingen bieden, aldus de NZa. De passage vormt daarvoor geen belemmering.
5.2
De NZa stelt verder dat zij niet verplicht was een schaderegeling vast te stellen; daarvoor bestaat geen grondslag. Het is aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars om binnen de door de NZa vastgestelde publiekrechtelijke kaders tarieven overeen te komen voor de geleverde en te leveren zorg. De herziene tariefbeschikkingen stellen zorgaanbieders en zorgverzekeraars in staat om te bezien of het nodig is op dit punt nieuwe of vervangende afspraken te maken. De NZa is niet bevoegd om zorgverzekeraars op te dragen een bepaald tarief te betalen aan zorgaanbieders. Het aansturen op compensatie door een schaderegeling, zoals de zorgaanbieders verzoeken, zou daar wel op neerkomen.
Beoordeling door het College
6 De zorgaanbieders hebben op de zitting bevestigd dat de tarieven zelf geen onderwerp van geschil zijn. Het gaat hen alleen over de passage en een eventuele regeling voor de gevolgen van de tariefbeschikkingen. Het College gaat hierna eerst in op de passage en daarna op de aanvullende verzoeken.
Passage
6.1
Aan de orde is of de passage een besluitonderdeel is van de tariefbeschikkingen. Daarvoor is bepalend of deze mededeling gericht is op een rechtsgevolg. Dat is het geval als een bestuursorgaan een verandering beoogt in een bevoegdheid, recht, verplichting of status van een persoon of zaak. Van een op rechtsgevolg gerichte beslissing, mededeling of handeling is verder sprake als een bestuursorgaan beoogt een bevoegdheid, recht, verplichting of status van een persoon of zaak bindend vast te stellen.
6.2
Artikel 50, derde lid (nu: zesde lid), van de Wmg bepaalt dat de zorgautoriteit (de NZa) aan de vaststelling van een tarief voorschriften of beperkingen kan verbinden. Hoewel de NZa in beroep uiteengezet heeft dat de passage geen voorschrift of beperking is in de hiervoor bedoelde zin, stelt het College vast dat de passage in de tariefbeschikkingen wel is geformuleerd als zo’n voorschrift of beperking. In die tariefbeschikkingen staat boven de passage namelijk ‘Aanvullende voorwaarden, voorschriften en beperkingen’. Ook uit de eerste zin van de passage – “De prestaties en bijbehorende tarieven als omschreven in deze beschikking worden in rekening gebracht met inachtneming van de onderstaande voorschriften en beperkingen” – volgt duidelijk de bedoeling van de NZa een voorschrift of beperking in de zin van artikel 50, derde lid, van de Wmg aan de tarieven te verbinden. Een verdere bevestiging daarvan vormt de in de beslissingen op bezwaar gegeven motivering om de passage als voorschrift of beperking op te nemen, namelijk om correcties met terugwerkende kracht te voorkomen. Door de wijze waarop de passage is opgenomen in de tariefbeschikkingen, kan deze passage niet anders worden begrepen dan dat deze is gericht op het rechtsgevolg dat de herziene tariefbeschikkingen met de hogere tarieven geen rechtsgevolgen hebben voor al betaalde declaraties en gesloten overeenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Daar komt bij dat in de herziene tariefbeschikkingen 2022 en 2023 onder het kopje ‘Toepasselijkheid tariefbeschikking’ met zoveel woorden (“in afwijking van”) wordt gezegd dat de tariefbeschikking die aan de herziene tariefbeschikking voorafging – ondanks de herroeping daarvan – haar gelding heeft behouden voor de gevallen waarin de herziene tariefbeschikking vanwege de passage onder a toepassing mist. De passage moet dus worden aangemerkt als een besluitonderdeel. Het College zal deze beperking daarom op rechtmatigheid toetsen.
6.3
Naar het oordeel van het College is de passage in strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit die bepaling vloeit voort – zoals overigens ook in de beslissingen op bezwaar staat – dat de herziene tariefbeschikkingen voor de herroepen tariefbeschikkingen in de plaats komen. Anders zou ook niet zijn voldaan aan de opdracht van het College in de uitspraak van 22 augustus 2024 om nieuwe tarieven over de jaren 2022 en 2023 vast te stellen. De passage is daarmee in tegenspraak, terwijl deze bovendien niet strookt met de geldigheidsduur die wordt genoemd in de herziene tariefbeschikkingen zelf, want daaruit volgt dat deze tariefbeschikkingen terugwerkende kracht hebben. Hierin ziet het College aanleiding om de beroepen gegrond te verklaren en dit besluitonderdeel van de herziene tariefbeschikkingen, de passage dus, te vernietigen wegens strijd met artikel 7:11, tweede lid, en artikel 8:72, derde lid, van de Awb.
6.4
De Verenigingen hebben verzocht om een alternatieve tekst in de plaats te stellen van de passage dan wel een nader voorschrift aan de herziene tariefbeschikkingen te verbinden, maar daarvoor ziet het College geen grond. Gezien de hiervoor vermelde redenen kan worden volstaan met de vernietiging van de passage. Daarmee staat buiten twijfel dat de herziene tariefbeschikkingen met terugwerkende kracht gelding hebben voor de jaren 2022, 2023 en 2024, in plaats van de herroepen tariefbeschikkingen.
6.5
Het College overweegt ten overvloede, ter voorlichting van partijen nog het volgende. Voor zover de NZa heeft gewezen op een passage in overweging 6.2 in de uitspraak van het College van 19 september 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:506) heeft die passage niet de betekenis die de NZa er mogelijk in heeft gelezen. Deze passage dient alleen als motivering waarom het naar het oordeel van het College op de weg van de NZa lag om in die kwestie ervoor te zorgen dat de benadeelde zorgaanbieders zouden worden gecompenseerd. Deze passage is louter constaterend van aard, namelijk dat een uitspraak van het College geen automatische rechtsgevolgen heeft voor privaatrechtelijke rechtsverhoudingen. De NZa kan daaraan dus geen bevoegdheid ontlenen om voorschriften of beperkingen aan een tariefbeschikking te verbinden waarmee wordt beoogd privaatrechtelijke rechtsverhoudingen te beïnvloeden dan wel de werking van de artikelen 7:11, tweede lid, en 8:72, derde lid, van de Awb te doorkruisen.
Schaderegeling?
7 Uit de uitspraak van 22 augustus 2024 volgt niet, anders dan DFZS e.a. met een beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel hebben aangevoerd, dat de NZa onrechtmatig heeft gehandeld door geen schaderegeling vast te stellen. Het College heeft opgedragen nieuwe tarieven vast te stellen. Pas als dat gebeurd is, kan worden beoordeeld of zorgaanbieders schade hebben geleden door de herroepen, onrechtmatige tarieven en zo ja, wie daarvoor aansprakelijk kan zijn. Deze vragen komen aan de orde in het kader van de eveneens op de zitting van 19 maart 2026 behandelde schadevergoedingsverzoeken.
Slotsom
8 Het College zal de beroepen gegrond verklaren en de herziene tariefbeschikkingen voor 2022, 2023 en 2024 vernietigen voor zover daarin de passage als voorschrift of beperking is opgenomen. De herziene tariefbeschikkingen blijven voor het overige in stand; de NZa hoeft naar aanleiding van deze procedures in zoverre geen nieuwe besluiten te nemen. Over de verzoeken van DFZS e.a om de NZa te veroordelen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige tariefbeschikkingen ggz en fz voor de jaren 2023 en 2024 zal het College in een andere procedure oordelen.
Proceskosten9.1 Het College veroordeelt de NZa in de door de Verenigingen gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.868,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand
(1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting; waarde per punt € 934,- en wegingsfactor 1). Het College gaat daarbij uit van drie samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
9.2
Het College veroordeelt de NZa in de door DFZS e.a. gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.802,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting; waarde per punt € 934,- en wegingsfactor 1,5, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken). Het College gaat hierbij uit van zes samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Bpb.
9.3
Het College veroordeelt de NZa in de door SolutionS e.a. gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.802,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting; waarde per punt € 934,- en wegingsfactor 1,5, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken). Het College gaat hierbij uit van negen samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Bpb.

Beslissing

Het College:
in de zaken met zaaknummers 25/2, 25/41, 25/44 en 25/47 (beroepen van de Verenigingen en SolutionS e.a.)
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt de tariefbeschikking voor 2022 voor zover daarin het volgende voorschrift of beperking is opgenomen:
in de zaken met zaaknummers 25/3, 25/4, 25/ 9, 25/10, 25/17, 25/18, 25/21, 25/23, 25/42, 25/43, 25/45, 25/46, 25/48 en 25/49 (beroepen van alle zorgaanbieders)
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt de tariefbeschikkingen voor 2023 en 2024 voor zover daarin het volgende voorschrift of beperking is opgenomen:
in de zaken met zaaknummers 25/2, 25/3 en 25/4 (beroepen van de Verenigingen)
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van € 1.113,- (drie maal € 371,-) aan de Verenigingen te vergoeden;
- veroordeelt de NZa in de proceskosten van de Verenigingen tot een bedrag van € 1.868,-.
in de zaken met zaaknummers 25/9, 25/10, 25/17, 25/18, 25/21 en 25/23 (beroepen van
DFZS e.a.)
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van in totaal € 2.226,- (zes maal € 371,-) aan DFZS e.a. te vergoeden;
- veroordeelt de NZa in de proceskosten van DFZS e.a. tot een bedrag van € 2.802,-.
in de zaken met zaaknummers 25/41, 25/42, 25/43, 25/44, 25/45, 25/46, 25/47, 25/48 en 25/49 (beroepen SolutionS e.a.)
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van in totaal € 3.339,- (negen maal € 371,-) aan SolutionS e.a. te vergoeden;
- veroordeelt de NZa in de proceskosten van SolutionS e.a. tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. A. Venekamp en mr. C.T. Aalbers, in aanwezigheid van mr. M.G. Ligthart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
De voorzitter is verhinderd w.g. M.G. Ligthart
deze uitspraak mede te ondertekenen.

Bijlage 1

Zorgverzekeraars:

1.
a. Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
b. FBTO Zorgverzekeringen N.V.
c. Interpolis Zorgverzekeringen NV.
d. De Friesland Zorgverzekeraar NV.
2.
a. VGZ Zorgverzekeraar N.V.
b. IZA Zorgverzekeraar N.V
c. N.V. Zorgverzekeraar KMC
d. N.V. Univé Zorg
3.
a. OWM DSW Zorgverzekeraar U.A.
b. Stad Holland Zorgverzekeraar Onderlinge Waarborgmaatschappij U.A.
4.
a. CZ Zorgverzekeringen N.V.
b. OHRA Zorgverzekeringen N.V.
c. Centrale Zorgverzekeringen NZV N.V.
5. Salland Zorgverzekeraar N.V.
6. EUCARE Insurance PCC Ltd
7. OWM Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A.
8. ONVZ Ziektekostenverzekeraar N.V.
9.
a. Menzis Zorgverzekeraar N.V.
b. Anderzorg N.V
10. ASR basis ziektekostenverzekeringen N.V.

Bijlage 2Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:3, eerste lid
Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 7:11
1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.
2. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.
Artikel 8:72, eerste tot en met derde lid
1. Indien de bestuursrechter het beroep gegrond verklaart, vernietigt hij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk.
2. De vernietiging van een besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.
3. De bestuursrechter kan bepalen dat:
a. de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of
b. zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.
Wet marktordening gezondheidszorgArtikel 50
1. De zorgautoriteit legt, met inachtneming van de artikelen 51 tot en met 56 en 59, in een beschikking ten behoeve van het rechtsgeldig in rekening kunnen brengen van een tarief vast:
a. of er sprake is van een vrij tarief, zijnde een tarief waarop artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b, niet van toepassing is;
b. of er sprake is van een vast tarief;
c. of er sprake is van een bedrag dat ten minste of ten hoogste als tarief in rekening kan worden gebracht;
d. de beschrijving van de prestatie, deel van de prestatie of geheel van prestaties behorend bij het tarief bedoeld in de onderdelen a, b en c.
Bij de toepassing van de aanhef en onderdelen b en c in de eerste volzin stelt de zorgautoriteit de hoogte van het tarief dan wel het bedrag dat als tarief in rekening kan worden gebracht vast in die beschikking.
2. De zorgautoriteit kan bij de toepassing van het eerste lid ambtshalve voor de som van de tarieven voor de betrokken prestaties gerelateerd aan een daarbij aangegeven periode, voorafgaand aan die periode, vaststellen:
a. een vaste grens,
b. een ondergrens,
c. een bovengrens of
d. een bandbreedtegrens.
Voor onderscheiden delen van een prestatie of geheel van prestaties als bedoeld in artikel 57, derde lid, kunnen afzonderlijke grenzen en grenssoorten als bedoeld in de voorgaande volzin worden vastgesteld.
3. De zorgautoriteit kan aan de vaststelling van een tarief, een prestatiebeschrijving of een grens als bedoeld in de voorgaande leden voorschriften of beperkingen verbinden.
4. De vaststelling van een tarief of een prestatiebeschrijving bevat in ieder geval voor zover van toepassing de onderwerpen, genoemd in artikel 54.