ECLI:NL:CBB:2026:282
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhoging gecontracteerd transportvermogen elektriciteit bij congestie
NorthC exploiteert een datacenter en had een aansluit- en transportovereenkomst (ATO) met Liander voor 15.000 kW gecontracteerd transportvermogen. Gedurende jaren gaf NorthC echter lagere waarden op, variërend tussen 3.000 en 6.500 kW, waarop ook de tarieven werden gebaseerd. In oktober 2023 vroeg NorthC om terugkeer naar 15.000 kW, maar Liander weigerde dit vanwege congestie.
NorthC stelde dat zij recht had op het volledige vermogen uit de ATO en dat Liander in strijd handelde met de Elektriciteitswet en Netcode door dit niet beschikbaar te stellen. De ACM verklaarde de klacht ongegrond, stellende dat het recht op transport gebaseerd is op de laatst opgegeven waarde volgens de Tarievencode, die ook bepalend is voor het tarief.
Het College bevestigt deze uitleg en oordeelt dat de Netcode, Tarievencode en Begrippencode in samenhang moeten worden begrepen. De opgegeven waarde volgens artikel 3.7.4 van de Tarievencode bepaalt het gecontracteerde en beschikbaar gestelde vermogen. De weigering van Liander is daarom gerechtvaardigd. Civielrechtelijke gevolgen van de ATO-uitvoering blijven buiten beschouwing.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van NorthC wordt ongegrond verklaard en Liander mag het verzoek tot verhoging van het gecontracteerd transportvermogen weigeren wegens congestie.