ECLI:NL:CBB:2026:30
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
College bevestigt rechtmatige toepassing randvoorwaardenkorting GLB wegens onvoldoende hokverrijking varkens
De vennootschap had voor 2022 subsidies uit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid aangevraagd. De minister legde een randvoorwaardenkorting van 3% op omdat de vennootschap niet voldeed aan de eis van voldoende hokverrijking voor varkens, zoals vastgesteld in een NVWA-inspectierapport van juni 2022.
De vennootschap betwistte de korting en stelde dat zij geen overtreding had begaan, dat zij geen voornemen tot korting had ontvangen, en dat de korting disproportioneel was gezien de reeds opgelegde bestuurlijke boete. Het College oordeelde dat de minister terecht uitging van het inspectierapport en dat de vennootschap onvoldoende onderbouwing gaf voor haar betwisting.
Verder stelde het College vast dat de 3%-korting passend is volgens de EU-verordeningen en dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is omdat de korting geen strafrechtelijke sanctie betreft. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast kende het College de vennootschap een schadevergoeding van €1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsprocedure en vergoedde het de proceskosten van €467.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de GLB-regelgeving en het belang van dierenwelzijn, waarbij de minister bevoegd is om sancties op te leggen bij niet-naleving van randvoorwaarden.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de minister heeft de randvoorwaardenkorting van 3% terecht toegepast.