ECLI:NL:CBB:2026:323

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
25/232
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ZorgverzekeringswetArt. 4 Regeling Transparantie zorginkoopproces ZvwArt. 1:2 AwbArt. 45 Wet marktordening gezondheidszorgArt. 77 Wet marktordening gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing handhavingsverzoek tegen zorgverzekeraar wegens vermeende belemmering keuze niet-gecontracteerde zorg

Medinello Revalidatiezorg B.V. heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verzocht handhavend op te treden tegen zorgverzekeraar Zilveren Kruis wegens een te lage vergoeding voor niet-gecontracteerde medisch-specialistische revalidatiezorg (MSR-zorg). Medinello stelde dat deze lage vergoeding een belemmering vormt voor patiënten om voor niet-gecontracteerde zorg te kiezen, in strijd met artikel 13 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw).

De NZa wees het verzoek af, stellende dat het vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis niet in strijd is met artikel 13 Zvw Pro, mede gebaseerd op een eerder onderzoek naar het vergoedingenbeleid van zorgverzekeraars. Medinello stelde dat de NZa onvoldoende onderzoek had gedaan naar de specifieke situatie van MSR-zorg bij niet-gecontracteerde zelfstandige behandelcentra (zbc’s).

Het College oordeelde dat Medinello een voldoende rechtstreeks belang had en dat het beroep ontvankelijk was. Het bevestigde dat de NZa terecht het handhavingsverzoek op beleidsniveau beoordeelde en dat Zilveren Kruis het toegestane kortingspercentage hanteert, inclusief een hardheidsclausule. Het College verwierp het betoog dat de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw verplicht tot bekendmaking van het vergoedingenbeleid voor niet-gecontracteerde zorg.

Het beroep van Medinello werd ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek afgewezen. De NZa hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van Medinello tegen de NZa wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/232

uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen

Medinello Revalidatiezorg B.V., te Amersfoort

(gemachtigden: mr. K. Mous en mr. R.E. Tak)
en

de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

(gemachtigden: mr. M.L. Batting en mr. N.J. Louis)
met als derde partijen
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V, Interpolis Zorgverzekeringen N.V.beide te Leiden
, FBTO Zorgverzekeringen N.V. en De Friesland Zorgverzekeraar N.V., beide te Leeuwarden (Zilveren Kruis),
(gemachtigde: mr. B. Megens)

Procesverloop

Met het besluit van 17 september 2024 heeft de NZa een deel van het verzoek van Medinello om handhavend op te treden tegen Zilveren Kruis afgewezen.
Op 19 september 2024 heeft de NZa aan Medinello bericht dat zij geen belanghebbende is bij een ander deel van haar verzoek om handhavend op te treden tegen Zilveren Kruis.
Met het besluit van 30 oktober 2024 (bestreden besluit) heeft de NZa Medinello alsnog aangemerkt als belanghebbende bij het andere deel van haar verzoek om handhaving en het verzoek op dat deel afgewezen. Ook heeft de NZa de bezwaren tegen het besluit van 17 september 2024 ongegrond verklaard.
Medinello heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De NZa heeft een verweerschrift ingediend.
Zilveren Kruis heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.
Medinello heeft een nader stuk ingediend.
De zitting was op 16 april 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen, namens Medinello [naam 1] , en namens Zilveren Kruis mr. [naam 2] .

Overwegingen

Inleiding
1. Medinello is een zelfstandig behandelcentrum (zbc) en exploiteert een revalidatiezorginstelling met meerdere vestigingen. Medinello levert medisch-specialistische revalidatiezorg (MSR-zorg). In 2024 leverde Medinello deze zorg zonder dat zij een contract had met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft voor het jaar 2024 in haar naturapolis opgenomen dat verzekerden recht hebben op een vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg van maximaal 75% van het gemiddelde tarief waarvoor Zilveren Kruis de zorg heeft ingekocht bij gecontracteerde zorgverleners. Medinello bracht aan patiënten met een naturapolis geen kosten in rekening voor het deel dat Zilveren Kruis niet vergoedde (coulanceregeling).
2 Medinello heeft de NZa verzocht om op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) handhavend op te treden tegen Zilveren Kruis. Volgens Medinello is de vergoeding voor niet-gecontracteerde MSR-zorg in een zbc zodanig laag dat Zilveren Kruis een belemmering opwerpt voor patiënten om te kiezen voor deze zorg. Zilveren Kruis handelt hierdoor in strijd met artikel 13 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw). Ook heeft Zilveren Kruis zorgaanbieders niet voorafgaand aan het zorginkoopproces geïnformeerd over de (verlaging van de) vergoedingen. Dat is volgens Medinello in strijd met artikel 4 van Pro de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw.
3 In het bestreden besluit heeft de NZa geconcludeerd dat Zilveren Kruis niet heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van Pro de Zvw. De NZa heeft verwezen naar een eerder onderzoek naar aanleiding van een handhavingsverzoek in 2024, gedaan door de Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze, wegens gesteld handelen in strijd met deze bepaling. Naar aanleiding van dit handhavingsverzoek heeft de NZa bij alle zorgverzekeraars, waaronder Zilveren Kruis, voor het jaar 2024 een onderzoek ingesteld. De NZa heeft geen overtreding van artikel 13 van Pro de Zvw door Zilveren Kruis aangetroffen. Ook heeft Zilveren Kruis volgens de NZa niet gehandeld in strijd met artikel 4 van Pro de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw, omdat het vergoedingenbeleid voor niet- gecontracteerde zorg voor verzekerden geen informatie is die Zilveren Kruis bekend moet maken op grond van deze bepaling.
Standpunten van partijen
4.1
Medinello voert allereerst aan dat zij belanghebbende is bij haar verzoek en dat zij een procesbelang heeft bij een uitspraak. Verder voert zij aan dat de NZa heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het gestelde eerdere onderzoek kan geen reden vormen om geen onderzoek te doen naar de concreet door Medinello geduide overtreding. Het is volgens Medinello onwaarschijnlijk en onaannemelijk dat de NZa in het kader van het eerdere onderzoek (ook) onderzoek heeft gedaan naar het vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis voor MSR-zorg bij niet-gecontracteerde zbc’s. Medinello bestrijdt verder dat het vergoedingenbeleid voor niet-gecontracteerde zorg voor verzekerden geen informatie is die Zilveren Kruis bekend moet maken op grond van artikel 4 van Pro de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw.
4.2
De NZa heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
4.3
Zilveren Kruis heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
4.4
Waar nodig zal het College in de beoordeling verder ingaan op de argumenten die partijen hebben aangevoerd.
Wettelijk kader
5 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling door het College
Belanghebbendheid Medinello
6 De NZa heeft Medinello als belanghebbend aangemerkt bij beide delen van het handhavingsverzoek. Zilveren Kruis betwist de belanghebbendheid van Medinello wel. Anders dan Zilveren Kruis betoogt, is het College van oordeel dat Medinello een voldoende rechtstreeks belang heeft als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zoals het College eerder heeft overwogen (uitspraak van 8 oktober 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:483)) zijn de normen die het stelsel van de Zvw bevat over de in artikel 11, eerste lid, van de Zvw genoemde zorgplicht van de zorgverzekeraars weliswaar primair geschreven ten behoeve van de verzekerden, maar beoogt de Zvw mede de voorwaarden te scheppen voor een behoorlijk functionerende markt in de gezondheidszorg, en zijn de relaties in de driehoeksverhouding verzekerde-zorgaanbieder-zorgverzekeraar zo nauw met elkaar verweven dat voor elk van de drie partijen een beroep op artikel 13, eerste lid, van de Zvw open staat. Volgens Medinello is de vergoeding die Zilveren Kruis biedt voor niet-gecontracteerde MSR-zorg zo laag dat de patiënten van Medinello worden belemmerd om zorg af te nemen van haar als niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Daarmee heeft Medinello een voldoende rechtstreeks belang.
Procesbelang
7 De NZa en Zilveren Kruis stellen zich op het standpunt dat Medinello geen belang meer heeft bij een uitspraak, omdat zij in 2025 en 2026 een contract heeft gesloten met Zilveren Kruis. In 2024 had Medinello geen contract met Zilveren Kruis. Medinello stelt dat zij in dat jaar vanwege het met de Zvw strijdige vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis voor niet-gecontracteerde zorg genoodzaakt was een coulanceregeling in het leven te roepen om cliëntenverlies en daarmee omzetverlies te voorkomen. Naar het oordeel van het College heeft Medinello hiermee voldoende duidelijk gemaakt dat zij een financieel nadeel heeft geleden. Hierin verschilt deze zaak van die waarop de hiervoor genoemde uitspraak van 8 oktober 2019 betrekking heeft. Het College acht dit voldoende om een procesbelang aan te nemen en zal daarom hierna de beroepsgronden van Medinello beoordelen.
Artikel 13 Zvw Pro
8.1
In artikel 13, eerste lid, van de Zvw is neergelegd dat een verzekerde met een naturapolis recht heeft op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg. In het arrest van 11 juli 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1646; CZ/Momentum) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg niet zo laag mag zijn dat de verzekerde wordt belemmerd om naar een niet-gecontracteerde zorgaanbieder te gaan. Dit wordt ook wel aangeduid als: het hinderpaalcriterium. In het arrest van 7 juni 2019 (ECLI:NL:HR:2019:853; Conductore/Zilveren Kruis en Interpolis) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 13, eerste lid, van de Zvw geen steun biedt voor de opvatting dat het hinderpaalcriterium zich in algemene zin verzet tegen een generieke korting, zoals één van 25%. Of en in hoeverre het hinderpaalcriterium zich in bepaalde gevallen verzet tegen een generieke korting kan volgens de Hoge Raad slechts worden bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden, waaronder eventuele beleidsregels van de NZa.
Uit het arrest van 9 december 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1789; VGZ c.s./Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze) volgt dat zorgverzekeraars het gewogen gemiddeld gecontracteerde tarief als uitgangspunt mogen nemen bij het bepalen van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg bij naturapolissen. Bij de bepaling of een generieke korting voor de gemiddelde (‘modale’) zorggebruiker een feitelijke hinderpaal oplevert, is met name de hoogte van de kosten van de desbetreffende vorm van zorg van belang. Een generiek kortingspercentage kan bij complexe en dure vormen van zorg immers resulteren in een relatief lage vergoeding die voor de gemiddelde (‘modale’) zorggebruiker een feitelijke hinderpaal kan opleveren, terwijl datzelfde kortingspercentage bij minder dure vormen van zorg niet leidt tot strijd met het hinderpaalcriterium. De vraag of sprake is van een feitelijke hinderpaal doet zich voor op het moment dat de verzekerde voor de keuze staat of hij gebruik wil maken van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. De toezegging van de zorgverzekeraar voor een hogere vergoeding op grond van een hardheidsclausule moet worden betrokken bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een feitelijke hinderpaal. De toepassing van een coulanceregeling door de zorgaanbieder mag bij de beantwoording van die vraag worden betrokken.
8.2
De NZa heeft, zoals hierboven al genoemd, naar aanleiding van een ander handhavingsverzoek dan dat van Medinello onderzoek gedaan naar de naleving van artikel 13 van Pro de Zvw door alle zorgverzekeraars. De NZa is hierbij uitgegaan van het uitgangspunt in de rechtspraak van de Hoge Raad dat de vraag of sprake is van een feitelijke hinderpaal moet worden beantwoord aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden. Omdat de NZa op grond van artikel 79, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geen aanwijzing mag geven over de behandeling van individuele gevallen, heeft de NZa op het niveau van het beleid van de zorgverzekeraars beoordeeld of deze niet in strijd met artikel 13 van Pro de Zvw handelen. De NZa heeft specifiek bekeken of de zorgverzekeraars hun verzekerden de mogelijkheid bieden een hogere vergoeding aan te vragen dan de vergoeding met toepassing van het generieke kortingspercentage (een hardheidsclausule). Hierbij heeft de NZa ook beoordeeld of dergelijke verzoeken daadwerkelijk in behandeling werden genomen, en of de verzekerden via relevante openbare communicatiekanalen werden geïnformeerd over de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg. De NZa concludeert op basis van dit onderzoek dat het vergoedingenbeleid voor niet-gecontracteerde zorg van Zilveren Kruis niet in strijd is met artikel 13 van Pro de Zvw. De NZa zag geen aanleiding om naar aanleiding van het handhavingsverzoek van Medinello nogmaals onderzoek te doen naar dit vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis.
8.3
Volgens Medinello had de NZa naar aanleiding van haar handhavingsverzoek nader onderzoek moeten doen naar het vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis voor MSR-zorg bij niet-gecontracteerde zbc’s. Medinello stelt zich op het standpunt dat de vergoeding die Zilveren Kruis betaalt voor specifieke producten/behandelingen binnen de MSR-zorg sinds 2024 substantieel lager is dan de vergoeding die Zilveren Kruis betaalt aan (zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde) ziekenhuizen voor deze vorm van zorg, en dat een zeer fors deel van de rekening van Medinello daardoor niet wordt vergoed door Zilveren Kruis. De resterende vergoeding was volgens Medinello zodanig laag dat verzekerden een feitelijke hinderpaal ervaarden om zich te wenden tot een andere zorgaanbieder dan een (gecontracteerd) ziekenhuis. Medinello heeft haar standpunt met een aantal concrete voorbeelden toegelicht. Medinello heeft in een tabel voor een aantal declaratiecodes de maximumtarieven opgenomen van Zilveren Kruis voor niet-gecontracteerde behandeling in een ziekenhuis, en buiten een ziekenhuis (dat geldt voor zbc’s). In een andere tabel berekent Medinello voor een aantal declaratiecodes het bedrag dat de verzekerde niet vergoed krijgt door het door haar gedeclareerde tarief (het NZa integraal tarief), te verminderen met de vergoeding die de verzekerde van Zilveren Kruis krijgt voor een behandeling in een zbc.
8.4
Het College is van oordeel dat de NZa in het handhavingsverzoek van Medinello geen aanleiding heeft hoeven zien om nader onderzoek te doen in aanvulling op het onderzoek dat zij al had verricht. Het College licht dit hierna toe.
8.5
Op grond van artikel 79, eerste lid, van de Wmg mag de NZa geen aanwijzing geven over de hoogte van de vergoeding die een zorgverzekeraar bepaalt voor niet-gecontracteerde zorg in individuele gevallen. De NZa heeft daarom terecht tot uitgangspunt genomen dat haar beoordeling van de naleving van artikel 13 van Pro de Zvw zich beperkt tot een beoordeling op het niveau van het vergoedingenbeleid van de zorgverzekeraar.
8.5.1
Medinello heeft de bevindingen van de NZa bij haar onderzoek naar aanleiding van het handhavingsverzoek van Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze niet betwist. Ook de gevolgtrekkingen die de NZa daaraan heeft verbonden met betrekking tot het vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis voor niet-gecontracteerde zorg heeft Medinello niet bestreden. Het door Zilveren Kruis als uitgangspunt gehanteerde vergoedingenpercentage van 75 voldoet aan het beleid dat de NZa heeft neergelegd in de beleidsregel toezichtkader zorgplicht (Th-BR-025). Dit percentage is door de Hoge Raad in het genoemde arrest over Conductore/Zilveren Kruis en Interpolis als uitgangspunt toegestaan aan zorgverzekeraars. De Hoge Raad is daar in het genoemde arrest van 9 december 2022 niet op teruggekomen. Verder heeft de NZa onderzocht of de zorgverzekeraars een hardheidsclausule in hun vergoedingenbeleid kennen, en of daaraan in voorkomende gevallen daadwerkelijk toepassing wordt gegeven. Ook aan dit criterium voldoet Zilveren Kruis volgens de NZa en dat is niet weersproken door Medinello. Medinello heeft ook niet weersproken dat Zilveren Kruis het door de NZa onderzochte vergoedingenbeleid ook toepaste op MSR-zorg. Dat betekent dat de NZa voorshands voldoende heeft gemotiveerd dat Zilveren Kruis artikel 13 van Pro de Zvw niet heeft overtreden in 2024.
8.5.2
Volgens Medinello had de NZa nader onderzoek moeten doen, omdat de vergoedingen die Zilveren Kruis biedt voor niet-gecontracteerde MSR-zorg, afgezet tegen het door Medinello gehanteerde NZa-integraal tarief en afgezet tegen de vergoeding die Zilveren Kruis biedt voor niet-gecontracteerde behandeling binnen een ziekenhuis, resulteert in een dusdanig hoge eigen bijdrage voor de verzekerde dat deze een belemmering ondervindt om zich voor behandeling te wenden tot een zbc. Dit betoog slaagt niet. Uit de overweging van de Hoge Raad over het uitgangstarief onder 3.4.2 van het arrest van 9 december 2022, dat hiervoor is vermeld, volgt dat Zilveren Kruis voor de berekening van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg het door haar gemiddelde gecontracteerde tarief als uitgangspunt mocht nemen. Zilveren Kruis hoefde dus niet uit te gaan van het NZa-integraal tarief als uitgangspunt. Welk tarief een individuele zorgaanbieder aan de patiënt rekent voor niet-gecontracteerde zorg, is niet van belang voor de beoordeling van het vergoedingenbeleid van een zorgverzekeraar. Dat tarief ligt immers in het domein van de zorgaanbieder en niet dat van de zorgverzekeraar.
8.5.3
Het verschil tussen het gemiddeld gecontracteerde tarief voor MSR-zorg door ziekenhuizen en het gemiddeld gecontracteerde tarief voor MSR-zorg door zbc’s is het gevolg van de overeenkomsten die Zilveren Kruis met aanbieders uit deze twee categorieën heeft gesloten. Medinello is een zbc en geen ziekenhuisinstelling, zodat Zilveren Kruis uit mag gaan van het gemiddeld gecontracteerde tarief met zbc’s. Zilveren Kruis hanteert bij zowel ziekenhuizen als zbc’s hetzelfde kortingspercentage als uitgangspunt met een hardheidsclausule.
8.5.4
De argumenten van Medinello waarom de NZa nader onderzoek had moeten doen naar het vergoedingenbeleid van Zilveren Kruis falen dus.
8.6
De beroepsgrond slaagt niet. De NZa heeft dus op goede gronden het handhavingsverzoek afgewezen voor zover dat berust op artikel 13 van Pro de Zvw.
Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw
9.1
Medinello voert aan dat de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw (regeling) tot doel heeft de zorgaanbieders in staat te stellen een weloverwogen beslissing te nemen over het al dan niet aangaan van een contract. Het is evident dat de informatieverplichting van artikel 4 van Pro deze regeling zich mede uitstrekt tot (de gevolgen van) het al dan niet contracteren. Zonder inzicht in de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg kan een zorgaanbieder onmogelijk een zakelijke en zorgvuldige afweging maken over deelname aan de inkoopprocedure en de financiële risico’s van het opereren buiten het contract. Deze informatie over het vergoedingenbeleid voor niet-gecontracteerde zorg had dan ook op grond van deze bepaling bekend moeten worden gemaakt.
9.2
Deze beroepsgrond slaagt niet. In artikel 45 van Pro de Wmg is de NZa de bevoegdheid gegeven om regels vast te stellen over de manier waarop overeenkomsten over zorg of tarieven tot stand komen. In de toelichting bij deze bepaling (Kamerstukken II 2004/05, 30186, nr. 3, blz. 64) staat het volgende:
"Bij regulering van contractvoorwaarden gaat het erom dat de zorgautoriteit eisen kan stellen aan de voorwaarden waartegen een product of dienst wordt geleverd. Deze bevoegdheid is strikt gelimiteerd en beperkt tot het bevorderen van de inzichtelijkheid van de zorgmarkten of het bevorderen van mededinging op die markten. Het kan bijvoorbeeld gaan om het tegengaan van onredelijke betalingscondities, onredelijk lange contracttermijnen, exclusieve levering of onredelijke voorwaarden bij het opzeggen van een contract."
Uit artikel 45 van Pro de Wmg en de toelichting daarop kan niet worden afgeleid dat een regeling op grond van deze bepaling tot doel heeft de zorgaanbieders in staat te stellen een weloverwogen beslissing te nemen over het al dan niet aangaan van een contract. Uit artikel 2 van Pro de regeling blijkt dat de regeling ziet op het proces waarin zorgaanbieders en zorgverzekeraars tot overeenkomsten komen, en dat de regeling tot doel heeft de transparantie van dit proces voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars te vergroten. De hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg behoort niet tot dit proces. Ook is in artikel 4 van Pro de regeling niet bepaald dat de hoogte van deze vergoeding bekend moet worden gemaakt. Het ligt ook niet voor de hand dat dit in artikel 4 van Pro de regeling zou zijn neergelegd, omdat deze bepaling ziet op de bekendmaking van het zorginkoopbeleid en de procedure van zorginkoop, terwijl niet-gecontracteerde zorg juist zorg betreft die niet wordt ingekocht.
9.3
Het handhavingsverzoek op grond van de regeling is dus ook terecht afgewezen.
Slotsom
10 Het College zal het beroep ongegrond verklaren.
11 De NZa hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. T. Pavićević en mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. I.C. Hof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
w.g. J.L. Verbeek w.g. I.C. Hof

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 1:2, eerste lid
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Zorgverzekeringswet
Artikel 13, eerste en vierde lid
1. Indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, heeft hij recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten.
4. De wijze waarop de vergoeding wordt berekend is voor alle verzekerden, bedoeld in het eerste lid, die in een zelfde situatie een zelfde vorm van zorg of dienst behoeven, gelijk.
Wet marktordening gezondheidszorg
Artikel 45
De zorgautoriteit kan, met het oog op de inzichtelijkheid van de zorgmarkten, de bevordering van de concurrentie of de tijdige signalering van risico's voor de continuïteit van de bij de algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 56a, eerste lid, regels stellen betreffende de wijze van totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en betreffende de voorwaarden in die overeenkomsten.
Artikel 77
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder b en c, een aanwijzing geven aan een zorgverzekeraar, dan wel aan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bepaalde bij of krachtens de Zorgverzekeringswet voldoen.
Artikel 79, eerste lid
1. De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78h omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht.
Transparantie zorginkoopproces Zvw
Artikel 2 Doel Pro van de regeling
Deze regeling ziet op het proces waarin zorgaanbieders en zorgverzekeraars tot overeenkomsten komen. De regeling beoogt de transparantie van dit proces voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars te vergroten.
Artikel 4 Bekendmaking Pro zorginkoopbeleid en procedure van zorginkoop
Zorgverzekeraars maken het zorginkoopbeleid en de procedure van de zorginkoop uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarvoor de zorginkoop zal plaatsvinden bekend. Deze informatie betreft in ieder geval:
1. de verschillende fasen waaruit de zorginkoop bestaat en de termijnen waarbinnen de zorgaanbieder onderscheidenlijk de zorgverzekeraar in de verschillende fasen moeten reageren;
2. de bereikbaarheid van de zorgverzekeraar gedurende de zorginkoop;
3. het kwaliteitsbeleid dat de zorgverzekeraar bij de zorginkoop hanteert;
4. de minimumeisen waaraan zorgaanbieders moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een specifiek contract;
5. in welke mate de zorgverzekeraar ruimte biedt voor innovatief zorgaanbod en, indien van toepassing, welke specifieke eisen de zorgverzekeraar stelt aan dergelijk innovatief zorgaanbod;
6. het beleid en de procedure die van toepassing zijn in geval er sprake is van aanvullende zorginkoop, waarbij de informatie in ieder geval ingaat op:
 de termijnen waarbinnen de zorgaanbieder onderscheidenlijk de zorgverzekeraar in de verschillende fasen moet reageren;
 de wijze waarop een verzoek tot aanvullende afspraken door een zorgaanbieder ingediend kan worden;
 de minimumeisen waaraan de zorgverzekeraar een verzoek tot aanvullende afspraken toetst;
7. een overzicht van de wijzigingen in het zorginkoopbeleid ten opzichte van het voorgaande
zorginkoopbeleid.