Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juli 2026 in de zaken tussen
[naam 1] , te [vestigingsplaats] (vennootschap)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop in (hoger) beroep
Inleiding
BEX-berekening van [naam 4] . De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 16 november 2020 (rapport van bevindingen). Daaruit heeft de minister geconcludeerd dat de vennootschap in 2018 de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm heeft overschreden.
In de berekening bij het voornemen van 11 mei 2022 ben ik […] uitgegaan van het (fors) aantal weidedagen/uren van de melkveestapel, zoals u heeft ingediend bij uw zuivelafnemer ter verkrijging van de weidepremie. Dit blijkt echter niet terecht. In uw zienswijze (pagina 1) schrijft u dat “de koeien wel de beschikking hebben over uitloop, maar dat er geen sprake is van grasopname middels beweiding”. En op pagina 2: “De opname van vers gras kan derhalve niet anders dan nihil zijn.” Nu u kenbaar heeft gemaakt dat in 2018 geen beweiding en opname van vers gras heeft plaatsgevonden berust uw BEX-administratie niet op waarheid. Daarom heb ik een nieuwe berekening […] gemaakt, waarbij ik ben uit gegaan van de forfaitaire mestproductie van uw melkveestapel. Dit geeft hogere overschrijdingen van de gebruiksnormen, met een navenant hoger boetebedrag voor deze overtreding van € 74.628,50. Deze berekening van de boetebeschikking zou voor u leiden tot een slechtere rechtspositie. Daarom heb ik besloten om […], in uw voordeel, uit te gaan van het in het voornemen opgelegde boetebedrag van € 39.408,50. Gezien het overschrijden van de redelijke beslistermijn matig ik het boetebedrag voor deze overtreding met het maximaal beleidsmatig toegestane bedrag van € 2.500. Ik leg u voor deze overtreding daarom een gematigde boete op van € 36.908,50. […]”
niet-naleving van de I&R-regelgeving. Deze grondslag is gelet op rechtspraak van het College (uitspraak van 24 maart 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:188)) niet langer juist. De korting in verband met deze randvoorwaarde komt dan ook te vervallen. Bij een administratieve controle op 11 mei 2022 is gebleken dat de vennootschap in 2018 de stikstofgebruiksnorm en de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen heeft overtreden. De minister legt voor deze overtreding een randvoorwaardenkorting van 3% op.
Uitspraak van de rechtbank (over de boete)
Beoordeling van het (hoger) beroep
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan de vennootschap van een vergoeding voor immateriële schade van € 2.000,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van de vennootschap tot een bedrag van € 467,-.