Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 februari 2026 op het hoger beroep van
[naam 1] B.V., te [woonplaats] (onderneming)
de minister van Klimaat en Groene Groei
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De onderneming maakte bezwaar tegen drie besluiten van de minister van 12 maart 2020, waarin verstrekte S&O-verklaringen werden gecorrigeerd en op nul gesteld, met daarbij opgelegde boetes. Dit bezwaar werd pas op 5 november 2021 ingediend, ruim na de wettelijke termijn. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, wat door de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
In hoger beroep betoogde de onderneming dat zij de besluiten niet had ontvangen en dat de minister onvoldoende had bewezen dat de besluiten daadwerkelijk waren verzonden en aangekomen. De onderneming stelde dat de besluiten aangetekend hadden moeten worden verzonden en verwees naar kwaliteitscijfers van PostNL om de ontvangst te betwijfelen.
Het College oordeelde dat de minister aannemelijk had gemaakt dat de besluiten correct en tijdig naar het juiste adres waren verzonden, met een deugdelijke verzendadministratie en zonder aanwijzingen van problemen bij de postbezorging. De onderneming bracht geen feiten aan die de ontvangst redelijkerwijs konden betwijfelen. Het College bevestigde daarom dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De S&O-verklaringen blijven definitief op nul gesteld en de boetes zijn onverminderd van kracht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het bezwaar van de onderneming tegen de correctiebesluiten is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.