ECLI:NL:CRVB:1998:AA8763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste maatmaninkomensvaststelling
Appellant ontving sinds 12 januari 1985 uitkeringen op grond van de AAW en WAO wegens stoornissen in de persoonlijkheidsvorming met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Medio 1994 is een herbeoordeling gestart waarbij verzekeringsgeneeskundige Enneking en arbeidsdeskundige Neep concludeerden dat appellant met beperkingen arbeid kon verrichten zonder verlies aan verdiencapaciteit. Op basis hiervan trok het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) per 1 december 1994 de uitkeringen in.
De Raad oordeelt dat het medisch oordeel van Enneking juist is en dat appellant in staat is de voorgestelde functies te vervullen. Wel is het maatmaninkomen onjuist vastgesteld omdat Lisv niet handelde volgens de artikelen 5 en 6 van het Schattingsbesluit. De Raad stelt vast dat het maatmaninkomen moet worden bepaald op het loon dat appellant op zijn 23e verjaardag in 1985 zou hebben verdiend, geïndexeerd naar de datum in geding.
Omdat onvoldoende gegevens aanwezig zijn om het maatmaninkomen correct vast te stellen, kan de Raad geen oordeel geven over de hoogte van het maatmaninkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd en Lisv dient het maatmaninkomen opnieuw vast te stellen. Tevens wordt Lisv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het gestorte griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt vernietigd vanwege onjuiste vaststelling van het maatmaninkomen.