ECLI:NL:CRVB:2001:AD5974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering op basis van indexering maatmaninkomen per 1 november 1998
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om zijn WAO-uitkering per 1 november 1998 te korten, waarbij het maatmaninkomen werd geïndexeerd in plaats van geactualiseerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de korting. Appellant stelde in hoger beroep dat de maatmaninkomenbepaling onjuist was en dat een eerdere uitspraak van de rechtbank van 16 februari 1998 een actualisering voorschreef.
De Raad overwoog dat de artikelen 6 en 7 van het Schattingsbesluit WAO, Waz en Wajong, die de maatmaninkomenbepaling regelen, geen ruimte bieden voor actualisering in plaats van indexering, ook niet bij gedeeltelijke hervatting van eigen werk. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin deze uitleg werd bevestigd en oordeelde dat de eerdere uitspraak van 16 februari 1998 alleen betrekking had op de maatmaninkomenbepaling per 1 maart 1995 en niet op de situatie per 1 november 1998.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De korting op de uitkering blijft gebaseerd op de geïndexeerde maatmaninkomenbepaling per 1 november 1998.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de WAO-uitkering per 1 november 1998 bevestigd.