ECLI:NL:CRVB:2007:BB2371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering schadevergoeding na dienstongeval en verjaring van vordering
Betrokkene, een hoofdagent bij de politieregio, liep op 13 mei 1996 letsel op tijdens de dienst, waardoor hij ongeschikt werd voor zijn werkzaamheden. Hij verzocht vanaf 1998 meerdere keren om vergoeding van materiële en immateriële schade, maar dit werd door appellant afgewezen wegens verjaring.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring was gestuit door brieven van betrokkene waarin hij zijn aanspraak op schadevergoeding duidelijk voorbehoud. Appellant ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat de verjaring niet was gestuit.
De Raad overwoog dat aanspraken jegens de overheid na vijf jaar verjaard zijn, maar dat een schriftelijke mededeling waarin de ambtenaar zijn aanspraak ondubbelzinnig voorbehoudt, de verjaring stuit. De brieven van betrokkene voldeden aan deze eis, omdat zij duidelijk maakten dat hij een integraal verzoek tot schadevergoeding zou indienen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.