ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens illegaal verblijf zonder dringende redenen
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die werd afgewezen. Ondanks dit werd hem bijstand toegekend vanaf 27 januari 1997. Later bleek dat appellant vanaf 15 december 1997 illegaal in Nederland verbleef. Gedaagde trok daarop de bijstandsuitkering met ingang van die datum in en vorderde de bijstand over de periode tot 28 februari 1998 terug.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant ten onrechte bijstand heeft ontvangen vanaf 15 december 1997 omdat hij niet langer met instemming van de overheid in Nederland verbleef. Er waren geen dringende redenen om de bijstand te handhaven. De Raad stelt dat appellant zijn verplichting tot melding van gewijzigde omstandigheden niet is nagekomen, waardoor het bestuursorgaan niet eerder kon ingrijpen.
Het terugvorderingsbesluit is echter vernietigd omdat geen individuele beoordeling heeft plaatsgevonden of er in de omstandigheden van appellant redenen zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Intrekking bijstand vanaf 15 december 1997 bevestigd, terugvordering vernietigd wegens ontbreken individuele beoordeling, nieuw besluit vereist.