ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Terugvordering ten onrechte betaalde AAW-uitkering na overschrijding redelijke termijn
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) vorderde terugbetaling van een ten onrechte betaalde uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van gedaagde, die sinds 1981 een uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid. Na ontvangst van jaarstukken en medisch onderzoek werd een besluit genomen tot terugvordering van f 6.055,76 over de periode van november 1987 tot maart 1989.
De rechtbank vernietigde dit besluit deels wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en schending van artikel 3:2 Awb Pro, omdat tussen de eerste terugvorderingshandeling en het besluit ruim 47 maanden waren verstreken. De Raad stelt vast dat de termijn pas kan aanvang nemen bij een voldoende concreet bestuursbesluit, wat hier niet het geval was bij de eerste brief.
Desondanks oordeelt de Raad dat het bestuursorgaan onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, met aanzienlijke vertragingen in de behandeling van de zaak, waardoor matiging van het terugvorderingsbedrag op zijn plaats is. De complexiteit van de zaak en interne discussies rechtvaardigen deze vertraging niet. De Raad bevestigt daarom het vernietigde deel van het vonnis en legt een matiging op van het terugvorderingsbedrag tot f 675,-.
Uitkomst: De terugvordering wordt gematigd tot een bedrag van f 675,- wegens onvoldoende voortvarendheid van het bestuursorgaan.