ECLI:NL:CRVB:2001:AD8159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant ontving arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (GAK) over de periode 30 maart 1988 tot 1 mei 1990. Gedaagde vorderde terugbetaling van deels onverschuldigde uitkeringen wegens niet gemelde werkzaamheden. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij gedaagde volledig had geïnformeerd en dat de terugvordering onterecht was.
De Raad overwoog dat appellant niet tijdig en volledig had voldaan aan zijn mededelingsplicht over werkzaamheden, waardoor gedaagde bevoegd was tot terugvordering. Echter werd vastgesteld dat gedaagde pas na een lange periode van bijna zeven jaar na het arbeidsdeskundig onderzoek het terugvorderingsbesluit nam, wat de grenzen van het zorgvuldigheidsbeginsel overschreed.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en het gestorte griffierecht. Gedaagde dient zich te beraden over de mate van terugvordering binnen de zorgvuldigheidsnorm.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.