ECLI:NL:CRVB:2002:AE6817
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake terugvordering bijstand na schadevergoeding verkeersongeval
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch over terugvordering van bijstand die aan gedaagde is verstrekt. Gedaagde ontving bijstand sinds 1982 na een verkeersongeval, waarbij hij blijvend letsel opliep. Na een schadevergoeding van Unigarant N.V. werd de bijstand stopgezet en het betaalde bedrag teruggevorderd.
De voorzieningenrechter beoordeelt of de terugvordering over de periode van 1 september 1986 tot en met 31 juli 1992 is verjaard. De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt omdat niet duidelijk was dat de bijstand als lening werd verstrekt. De voorzieningenrechter sluit zich hierbij aan en wijst het standpunt van verzoeker af dat de verjaring niet geldt.
Voor de periode van 1 augustus 1992 tot en met 30 september 1997 geldt een andere regeling waarbij terugvordering verplicht is, tenzij sprake is van verjaring of verval. De voorzieningenrechter constateert dat het teruggevorderde bedrag al volledig is voldaan en dat gedaagde geen financiële problemen zal ondervinden bij schorsing van de terugvordering over deze periode. Daarom wordt de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank beperkt tot de periode 1 september 1986 tot en met 31 juli 1992.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de termijn voor besluitvorming niet leidt tot schending van het redelijke termijn vereiste van artikel 6 EVRM Pro. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt geschorst voor de periode van 1 augustus 1992 tot en met 30 september 1997, uitvoering beperkt tot eerdere periode.