ECLI:NL:CRVB:2001:AE8604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sanctie en terugvordering uitkering wegens onjuiste opgave uren WW
Appellante heeft in de periode 1995 en 1996 meer uren gewerkt dan zij heeft opgegeven op werkbriefjes, wat leidde tot onverschuldigde uitkeringen. Gedaagde beëindigde het recht op uitkering gedeeltelijk en legde een sanctie op van 30% korting gedurende 42 weken. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens disproportionaliteit.
In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt dat het onjuist invullen van werkbriefjes geen benadelingshandeling is en betwist het oordeel van welbewuste fraude. De Raad oordeelt dat het beleid van gedaagde om een sanctie op te leggen op grond van artikel 25 en Pro 27 WW binnen de wettelijke kaders valt en dat de sanctie proportioneel is gezien de omstandigheden.
De Raad bevestigt de vernietiging van het eerdere besluit en vernietigt tevens het latere besluit van 15 april 1999, omdat dit niet langer het standpunt van gedaagde vertegenwoordigt. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van het besluit en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt.