ECLI:NL:CRVB:2002:AE4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Geen ambtenaarsverhouding ondanks langdurige werkzaamheden voor gemeente Amsterdam
Appellant was van 1978 tot 1994 jaarlijks benoemd als lid-arts van de Commissie Advies Opneming Bejaarden (COAB) en verrichtte daarnaast andere werkzaamheden voor de gemeente Amsterdam. Hij werd betaald op grond van een Honorariumregeling, waarbij hij per uur werd uitbetaald zonder formele aanstelling als ambtenaar.
Na een reorganisatie in 1994 werden zijn werkzaamheden overgenomen door een stichting, waarbij appellant niet in het sociaal plan werd opgenomen. Hij stelde dat hij wel als ambtenaar moest worden beschouwd en dat hij daardoor pensioenopbouw misliep en ongunstig werd ingeschaald.
De rechtbank had geoordeeld dat de brief waarin werd meegedeeld dat appellant geen ambtenaar was, een besluit was en dat het bezwaar ontvankelijk was. In hoger beroep werd echter vastgesteld dat er geen formeel besluit was tot aanstelling als ambtenaar en dat ook uit de feiten en omstandigheden niet kon worden afgeleid dat appellant een ambtenaarsverhouding had of mocht verwachten.
De Raad benadrukte dat de Honorariumregeling en de aard van de benoemingen duidelijk maakten dat appellant niet in dienstbetrekking was. Ook het ontbreken van pensioenpremie-inhouding en het feit dat andere artsen wel een ambtenaarsaanstelling hadden, maakten geen verschil. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Appellant was geen ambtenaar en had geen recht op opname in het sociaal plan of pensioenopbouw via de gemeente.