ECLI:NL:CRVB:2016:3616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aanstelling als ambtenaar na sollicitatie bij Universiteit Leiden
Appellant solliciteerde in november 2013 bij de Universiteit Leiden voor een functie en voerde meerdere gesprekken, gevolgd door correspondentie over arbeidsvoorwaarden. Hoewel e-mails van 17 en 25 november 2013 afspraken en felicitaties bevatten, was er geen uitdrukkelijke toezegging van aanstelling.
Appellant bracht op 30 december 2013 een probleem naar voren over een ontslagvergoeding bij zijn vorige werkgever die directe loondienst bij een andere onderwijsinstelling belemmerde, en vroeg of hij eerst als ZZP’er kon starten. Het college reageerde met voorstellen en uiteindelijk een afwijzing van aanstelling op 21 januari 2014. De communicatie wees op onvolledige en niet-transparante informatieverstrekking door appellant.
Appellant startte een procedure en vorderde een verklaring voor recht dat een arbeidsovereenkomst of aanstelling tot stand was gekomen, maar de kantonrechter wees dit af. Het college verklaarde het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid terecht. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat appellant geen ambtenaar was en geen gerechtvaardigde verwachting had op aanstelling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Appellant wordt niet als ambtenaar aangemerkt en het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid is terecht verklaard.