ECLI:NL:CRVB:2002:AE4372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijstandsuitkering wegens onvolledige heroverweging en onjuiste normtoepassing
Appellant verhuisde per 1 januari 1998 naar een nieuwe woonplaats en vroeg op 11 maart 1998 bijstand aan. Gedaagde kende bijstand toe vanaf 26 juni 1998, maar weigerde deze over de periode van 11 maart tot 25 juni 1998 omdat appellant toen in een passantenverblijf verbleef. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing.
De Raad oordeelt dat de bezwaarprocedure een volledige heroverweging moet zijn waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden meegewogen. Gedaagde heeft dit nagelaten, waardoor het besluit van 4 maart 1999 vernietigbaar is. Daarnaast heeft gedaagde ten onrechte de bijstandsnorm voor inrichtingen toegepast, terwijl het passantenverblijf niet aan de criteria van een inrichting voldeed.
De Raad bepaalt dat de bijstandsnorm voor een alleenstaande van toepassing is vanaf 11 maart 1998 en dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt het besluit en wijst de zaak terug voor een juiste vaststelling van de bijstand. De gemeente moet tevens het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot bijstandsverlening wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen met correcte toepassing van de bijstandsnorm.