ECLI:NL:CRVB:2002:AE4374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen besluit schadevergoeding na gijzeling bewaarder
Appellant, een voormalig bewaarder die in 1983 werd gegijzeld, verzocht meerdere malen om schadevergoeding wegens gezondheidsproblemen en immateriële schade. De Minister van Justitie wees deze verzoeken af met het besluit van 21 januari 1997, waarin werd gesteld dat appellant financieel volledig was gecompenseerd binnen de rechtspositionele kaders. Dit besluit bevatte geen bezwaarclausule.
Appellant diende op 5 mei 1997 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar dit werd door de Minister niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval een nieuw besluit, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het bezwaar te laat was ingediend en dat appellant redelijkerwijs in verzuim was.
De Raad oordeelde dat de verzending van het besluit op 21 januari 1997 aannemelijk was en dat appellant op 15 maart 1997 kennis had genomen van het besluit via de Nationale ombudsman. Ondanks het ontbreken van een bezwaarclausule en de gezondheidsklachten van appellant, was er geen reden om de overschrijding van de termijn te verontschuldigen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 januari 1997 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.