ECLI:NL:CRVB:2002:AE5694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering buitengewoon verlof voor dankdag voor gewas en arbeid
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de Belastingdienst, verzocht buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging voor de dankdag voor gewas en arbeid. Hoewel hij reeds vier uur verlof had genoten voor de biddag, werd hem slechts twee uur toegekend voor de dankdag, waarbij zes uur buitengewoon verlof werd geweigerd.
De Raad overwoog dat het hoofd van de eenheid bevoegd is om buitengewoon verlof toe te kennen en dat het beleid inzake individueel buitengewoon verlof (IBV) in 1992 was vastgesteld op 12 uur, maar vanwege productiviteitsdoelstellingen in 1998 was teruggebracht tot 6 uur. Deze beleidswijziging was tijdig aangekondigd en een individuele belangenafweging is vereist bij het toekennen van verlof.
Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat verschillende eenheden binnen de Belastingdienst uiteenlopende beleidsregelingen hadden en het dienstbelang maakte het weigeren van de resterende zes uur buitengewoon verlof gerechtvaardigd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Middelburg en oordeelde dat de Staatssecretaris terecht het verzoek om buitengewoon verlof had afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van zes uur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging.