ECLI:NL:CRVB:2002:AE7221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvorderingsbesluit salaris na ontslag ambtenaar
Appellant was leraar en werd ontslagen wegens plichtsverzuim per 15 april 1998. Tijdens bezwaarprocedure werd het ontslagbesluit geschorst en werd het salaris doorbetaald. Na bevestiging van het ontslag door de rechtbank vorderde de bestuurscommissie het doorbetaalde salaris terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit bezwaar werd door de bestuurscommissie niet correct behandeld.
De president van de rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet bij het juiste bestuursorgaan was ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van appellant wel degelijk als bezwaarschrift moest worden aangemerkt, ondanks dat deze niet aan het juiste bestuursorgaan was gericht, mede vanwege de bijzondere omstandigheden en het ontbreken van juiste informatie in het terugvorderingsbesluit.
De Raad vernietigde het besluit van 24 augustus 1999 en het besluit van 20 juni 2000, waarbij de terugvordering werd gehandhaafd, en bepaalde dat de bestuurscommissie een nieuw besluit moet nemen dat rekening houdt met de juiste hoogte van het terug te vorderen bedrag. Tevens werd de bestuurscommissie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van doorbetaald salaris na ontslag wordt vernietigd en de bestuurscommissie moet een nieuw besluit nemen.