ECLI:NL:CRVB:2002:AE8965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en schadevergoeding bij oogziekte door arbeidsomstandigheden laboratorium
Appellante, werkzaam als analiste in een laboratorium, ontwikkelde ernstige oogklachten en werd wegens arbeidsongeschiktheid ontslagen. Zij stelde dat haar oogziekte het gevolg was van blootstelling aan methanol tijdens haar werkzaamheden en vorderde schadevergoeding en doorbetaling van haar bezoldiging.
Het College van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze verzoeken af, wat door appellante werd aangevochten. De Raad beoordeelde of er een voldoende waarschijnlijk causaal verband bestond tussen de methanolblootstelling en de oogziekte. Onafhankelijk onderzoek van de Arbodienst toonde aan dat de methanolconcentraties onder de wettelijke MAC-waarden bleven en dat veiligheidsmaatregelen waren getroffen.
Medische deskundigen stelden vast dat appellantes aandoening Birdshot chorioretinopathie was, geassocieerd met het gen HLA A29, en dat een verband met methanolblootstelling niet kon worden bewezen. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar ziekte door de werkzaamheden was veroorzaakt en dat het College niet tekort was geschoten in haar zorgplicht.
Daarom werd het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. De Raad vond geen grond voor vergoeding van schade of doorbetaling van bezoldiging op grond van het Ambtenarenreglement of het toepasselijke schadevergoedingsbeleid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd; geen recht op schadevergoeding of doorbetaling van bezoldiging.