ECLI:NL:CRVB:2007:BB7995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheidsstelling staatssecretaris voor gezondheidsklachten militair na uitzending Cambodja
Appellant, een militair uitgezonden naar Cambodja in het kader van een VN-vredesmissie, stelde de staatssecretaris aansprakelijk voor gezondheidsklachten die hij na terugkeer ontwikkelde. Deze klachten, samengevat onder het Cambodja Klachtencomplex (CKc), omvatten onder meer vermoeidheid en geheugenproblemen. De staatssecretaris wees het verzoek om schadevergoeding af wegens gebrek aan causaal verband tussen uitzending en klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad benadrukte dat ondanks het bestaan van het CKc en het Stappenplan Keuringstraject CKc, dat dienstverband kan vaststellen voor rechtspositionele voorzieningen, dit niet gelijk staat aan het aantonen van causaal verband voor schadevergoeding. Wetenschappelijk onderzoek toonde geen eenduidige somatische oorzaak aan en appellant bracht geen concrete tegenargumenten.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris zijn zorgplicht als werkgever niet heeft geschonden en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de klachten door de uitzending zijn veroorzaakt. Ook een beroep op artikel 115 AMAR Pro voor billijke schadeloosstelling werd afgewezen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep werd daarmee verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de staatssecretaris niet aansprakelijk is wegens ontbreken causaal verband tussen uitzending en gezondheidsklachten.