ECLI:NL:CRVB:2002:AE9274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet tijdig indienen reïntegratiemelding buiten toepassing verklaard
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) legde aan gedaagde een boete van 1.000 gulden op wegens het niet tijdig indienen van een reïntegratiemelding zoals bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de WAO. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep richtte zich op de vraag of het Boetebesluit ZW/WAO, dat ten grondslag lag aan de boete, rechtmatig was. De Raad overwoog dat het Boetebesluit ten onrechte geen nadere regels bevat omtrent de afstemming van de boete op de mate van verwijtbaarheid van het verzuim, zoals vereist in artikel 29a, tweede lid, van de WAO.
Daarom verklaarde de Raad artikel 4 van Pro het Boetebesluit buiten toepassing en vernietigde het primaire besluit tot boeteoplegging. Tevens werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd, met uitzondering van het deel dat appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en dat er geen grond is voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het primaire besluit tot boeteoplegging wordt vernietigd en artikel 4 van het Boetebesluit ZW/WAO wordt buiten toepassing verklaard.