ECLI:NL:CRVB:2002:AE6184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens niet tijdig reïntegratieplan en proceskostenveroordeling
Appellante kreeg een boete opgelegd door het UWV wegens het niet tijdig indienen van een voorlopig reïntegratieplan, gebaseerd op artikel 71a van de WAO. De rechtbank vernietigde dit besluit en liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. In hoger beroep betwistte appellante de duidelijkheid van artikel 71a en de grondslag van de boete.
De Raad overwoog dat artikel 71a, eerste lid, WAO een voldoende duidelijke verplichting inhoudt, maar dat het Boetebesluit niet voldoet aan artikel 29a, tweede lid, WAO omdat het geen rekening houdt met de mate van verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden. Hierdoor is het Boetebesluit in strijd met de wet en moet het buiten toepassing blijven.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en oordeelde anders dan de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand kunnen blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.