ECLI:NL:CRVB:2002:AK0010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezamenlijke huishouding en bijstandsuitkeringen volgens de Algemene bijstandswet
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond stelde in hoger beroep dat gedaagden een gezamenlijke huishouding voerden en daarom bijstandsuitkeringen naar de norm voor een echtpaar moesten ontvangen. Gedaagden betwistten dit en voerden onder meer aan dat het onweerlegbare rechtsvermoeden in de Algemene bijstandswet (Abw) strijdig was met het recht op een eerlijk proces en dat sprake was van een kostgangersrelatie.
De Raad overwoog dat het rechtsvermoeden in de Abw niet in strijd is met het vereiste van equality of arms, omdat belanghebbenden het bestaan van een gezamenlijke huishouding kunnen betwisten en bewijzen kunnen aandragen. Vast stond dat gedaagden op 8 oktober 1997 als gehuwden werden aangemerkt en dat zij hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Daarom was ook op 20 oktober 1997 sprake van een gezamenlijke huishouding.
De Raad verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro, omdat de wetgever geen verplichting oplegt over de inrichting van de woon- en leefsituatie, maar slechts financiële gevolgen verbindt aan de gemaakte keuzes. Ook ontbraken concrete omstandigheden voor toepassing van artikel 13 Abw Pro. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering naar de norm voor een echtpaar blijft van toepassing.