ECLI:NL:CRVB:2003:AF6288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verstrekking overbruggingsuitkering in de vorm van een lening bij verschuiving betaaldatum bijstandsuitkering
De gemeente Heerlen besloot in 1998 de betaaldatum van de bijstandsuitkeringen te verschuiven van de 25e van de lopende maand naar de 15e van de volgende maand. Om de ontstane leemte in de uitbetaling te overbruggen, bood zij uitkeringsgerechtigden een overbruggingsuitkering aan in de vorm van een renteloze geldlening, met een kleine schenking van ƒ 300,--.
Appellanten maakten bezwaar tegen deze wijziging en de vorm van de overbruggingsuitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verplichting tot maandelijkse achterafbetaling van de bijstand volgens artikel 73 Abw Pro betekent dat de uitkering in de volgende maand moet worden betaald, en dat de gemeente dus verplicht was het betalingsritme aan te passen.
Echter, de Raad stelde vast dat de verstrekking van de overbruggingsuitkering als lening niet gerechtvaardigd is op grond van artikel 19 Abw Pro, waarin bijstand in principe als bijstand om niet wordt verleend. De leningvorm was niet toegestaan, ook niet als kortetermijnvoorziening zoals bedoeld in artikel 24 Abw Pro. De Raad vernietigde de besluiten van de gemeente en bepaalde dat een nieuwe beslissing moet worden genomen waarbij de overbruggingsuitkering als uitkering om niet wordt verstrekt.
Uitkomst: De gemeente Heerlen handelde in strijd met de wet door de overbruggingsuitkering als lening te verstrekken en moet een nieuw besluit nemen waarbij deze als uitkering om niet wordt verstrekt.