ECLI:NL:CRVB:2006:AU9879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering overbruggingsuitkering na verhuizing naar andere gemeente
Appellant ontving sinds november 1996 een bijstandsuitkering en kreeg in 1998 een overbruggingsuitkering toegekend, waarvan een deel als geldlening werd verstrekt. Na verhuizing naar een andere gemeente werd het recht op bijstand beëindigd. Gedaagde vorderde terugbetaling van het openstaande bedrag van de geldlening, waarop appellant niet voldeed.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen de terugvordering ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het besluit tot toekenning van de lening onherroepelijk is, en dat de terugvordering terecht is omdat appellant niet aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat verschillen in omstandigheden en wettelijke bevoegdheden gelden tussen personen die wel of niet verhuizen. Ook zijn er geen dringende redenen die terugvordering onaanvaardbaar maken. De terugvordering wordt vastgesteld met inachtneming van de beslagvrije voet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het openstaande bedrag van de overbruggingsuitkering in de vorm van een geldlening.