ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Terugvordering leenbijstand volgens beleidsregels Wet werk en bijstand
Betrokkene ontving in 1998 een overbruggingsuitkering in de vorm van een geldlening, die bij beëindiging van de bijstand terugbetaald moest worden. Het College wijzigde de betaaldatum en stelde het terugvorderingsbeleid vast, waarbij terugvordering standaard plaatsvindt bij niet-nakoming.
Na beëindiging van de bijstand in 2003 vorderde het College het bedrag van €550,53 terug wegens niet-nakoming van de leningverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, stellende dat het College onvoldoende beleidsruimte had benut.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College wel bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro en dat het beleid niet onredelijk is. Betrokkene had geen rechtsmiddel aangewend tegen de vorm van de lening, waardoor het besluit onaantastbaar is. Het beroep van betrokkene faalt, het beroep van het College slaagt, en het terugvorderingsbesluit wordt hersteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep herstelt het terugvorderingsbesluit van het College en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.