ECLI:NL:CRVB:2003:AF8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandskosten na boedelscheiding en onderzoek verhaal ex-echtgenoot
In deze zaak staat de terugvordering van bijstandskosten centraal die aan gedaagde zijn verstrekt in de periode van 6 december 1993 tot 15 februari 1996. Gedaagde ontving een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) en kreeg na een boedelscheiding in 1996 een woning toegewezen die zij later verkocht. De gemeente Maastricht vorderde kosten van bijstand terug op grond van artikel 82 ABW Pro, wat na bezwaar werd verminderd en herroepen.
De rechtbank had geoordeeld dat de gemeente ook de mogelijkheid van verhaal op de ex-echtgenoot had moeten onderzoeken alvorens terug te vorderen, op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat de wet niet voorschrijft dat verhaal op de ex-echtgenoot voorrang heeft boven terugvordering op de bijstandsgerechtigde zelf.
De Raad benadrukt dat de gemeente vrij is te kiezen welke weg zij volgt om de terugbetaling te realiseren en dat terugvordering op grond van artikel 58 ABW Pro verplicht is zodra middelen beschikbaar zijn. De omstandigheden van gedaagde, waaronder het bezit en de verkoop van het pand, rechtvaardigen terugvordering. De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten van gedaagde en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de gemeente niet verplicht is verhaal op de ex-echtgenoot te onderzoeken voordat zij terugvordert van de bijstandsgerechtigde.