ECLI:NL:CRVB:2003:AI1359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overname loonvorderingen wegens betalingsonmacht voormalige werkgever
Appellant diende een verzoek in tot overname van loonvorderingen op zijn voormalige werkgever wegens betalingsonmacht. De rechtbank had het beroep van appellant tegen de afwijzing van dit verzoek ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat er geen duidelijke samenhang bestond tussen de omstandigheden die leidden tot de arbeidsongeschiktheid van appellant en het faillissement van zijn werkgever, aangezien het faillissement pas drie jaar na het intreden van de arbeidsongeschiktheid plaatsvond. Verder werd vastgesteld dat appellant niet tijdig actie had ondernomen om zijn vorderingen veilig te stellen.
De Raad merkt op dat hoewel er mogelijk al vóór januari 1996 financiële problemen waren bij de werkgever, de strikte eisen van artikel 62 WW Pro omtrent samenhang en exclusiviteit van de betalingsonmacht niet zijn vervuld. Ook het beroep op een brief die vertrouwen zou hebben gewekt, wordt verworpen omdat appellant niet op basis daarvan schade heeft geleden. De afwijzing van het verzoek blijft derhalve in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot overname van loonvorderingen wegens betalingsonmacht van de werkgever wordt afgewezen.