ECLI:NL:CRVB:2008:BD5790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overneming loonbetalingsverplichtingen wegens niet voldoen aan WW-voorwaarden
Appellant was werkzaam als franchise- en marketingdirecteur bij een werkgever waarvan hij via zijn persoonlijke vennootschap aandelen bezat. Na verkoop van deze aandelen en beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst vroeg appellant overneming van loonbetalingsverplichtingen aan bij het UWV. Dit werd geweigerd omdat appellant als directeur redelijkerwijs had moeten weten dat salarisbetaling niet zou plaatsvinden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 62 WW Pro. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel degelijk een duidelijke samenhang bestond tussen het einde van zijn dienstverband en het faillissement van de werkgever, en dat hij niet had afgezien van zijn loonvordering.
De Raad overwoog dat de strenge eisen van artikel 62 WW Pro strikt moeten worden toegepast en dat appellant onvoldoende voortvarend was geweest om zijn vordering te gelde te maken. De enkele acties zoals het sturen van een e-mail en inschakelen van een incassobureau waren onvoldoende. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om loonbetalingsverplichtingen over te nemen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 62 WW.