ECLI:NL:CRVB:2003:AM3310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar werkgever bij besluit Ziektewet op grond van artikel 2a Ziektewet
Deze zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op grond van de Ziektewet. Het besluit van 1 mei 2001 weigerde ziekengeld aan een werkneemster toe te kennen wegens het niet-zwangerschapsgerelateerd zijn van haar arbeidsongeschiktheid. De werkgever maakte bezwaar, maar dit werd door het Uwv niet-ontvankelijk verklaard omdat de werkgever niet als belanghebbende bij het besluit werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat artikel 2a van de Ziektewet, dat destijds nog van toepassing was, bepaalt dat alleen de werknemer als belanghebbende geldt bij besluiten over de arbeidsongeschiktheid. Dit artikel had als doel de privacy van de werknemer te beschermen door te voorkomen dat de werkgever inzage zou krijgen in medische gegevens en bezwaar- en beroepsrecht zou kunnen uitoefenen.
De Raad benadrukt dat deze beperking niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, omdat de werkgever via het burgerlijk recht alsnog geschillen kan aanvoeren. Met het vervallen van artikel 2a per 1 maart 2003 is het belanghebbende-begrip weer onverkort van toepassing, met een nieuwe regeling voor inzagerecht die privacy en belangen van werkgever en werknemer in balans brengt.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van de werkgever. Hiermee wordt de privacybescherming van de werknemer bij arbeidsongeschiktheidsbesluiten gewaarborgd.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is op grond van artikel 2a van de Ziektewet.