ECLI:NL:CRVB:2003:AO1672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslagvrije voet en verrekening nabetaling AOW-uitkering
Appellante ontvangt sinds 1996 een AOW-uitkering als ongehuwde. Na vaststelling dat zij sinds 1995 samenwoont, werd haar AOW-uitkering herzien naar het gehuwdennorm en werd een terugvordering van het teveel betaalde bedrag ingesteld. Appellante betwistte de berekening van de beslagvrije voet, met name het buiten beschouwing laten van de verplichte ziekenfondspremie, en de verrekening van een nabetaling over april tot juni 2000.
De rechtbank verklaarde het bezwaar grotendeels ongegrond, maar liet de klacht over de verrekening van de nabetaling onbehandeld. De Raad oordeelt dat de premie van de verplichte ziektekostenverzekering terecht niet wordt meegenomen bij de beslagvrije voet, omdat deze premie reeds in de bijstandsnorm is verwerkt en het hier niet gaat om een vrijwillige verzekering.
Daarnaast stelt de Raad vast dat de nabetaling als een periodieke uitkering moet worden beschouwd en dat de verrekening daarvan niet correct is gemotiveerd. De rechtbank had hierover moeten beslissen, en het besluit wordt vernietigd. Gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De Raad veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Besluit over verrekening nabetaling AOW-uitkering wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.