ECLI:NL:PHR:2010:BL7267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven in fiscale partnerregeling Wet IB 2001
Belanghebbende, gehuwd en met kinderen, voerde aan duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot en vorderde diverse kinderkortingen. De Inspecteur weigerde deze kortingen omdat hij oordeelde dat zij niet duurzaam gescheiden leefden. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, het Hof stelde belanghebbende in het gelijk met een nieuwe uitleg van duurzaam gescheiden leven, namelijk dat echtgenoten die minder dan zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren duurzaam gescheiden zouden zijn.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitleg. De Hoge Raad overwoog uitgebreid de wettelijke en jurisprudentiële achtergrond van het begrip duurzaam gescheiden leven, waarbij het uitgangspunt is dat echtgenoten die ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd en deze toestand als bestendig is bedoeld, duurzaam gescheiden leven. De Hoge Raad verwierp het door het Hof geïntroduceerde criterium van de gezamenlijke huishouding van zes maanden als onderscheidend criterium.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschil in fiscale behandeling tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden gerechtvaardigd is vanwege de zorgverplichting van gehuwden. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalde. Het cassatieberoep werd gegrond verklaard en het arrest van het Hof vernietigd, waarmee de uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd; het criterium van zes maanden gezamenlijke huishouding is niet van toepassing.